Welk persoonlijk of bezittelijk voornaamwoord gebruik je bij verwijzing naar persoonsnamen wanneer niet duidelijk is of een mannelijke of een vrouwelijke persoon bedoeld wordt, of wanneer expliciet naar beide verwezen wordt?
Als het natuurlijk geslacht niet bekend of niet relevant is, wordt gewoonlijk een mannelijk voornaamwoord gebruikt. Als men wil benadrukken dat zowel mannen als vrouwen bedoeld zijn, kunnen een mannelijk en een vrouwelijk voornaamwoord naast elkaar gebruikt worden. Er zijn ook alternatieve formuleringen, die het verwijzingsprobleem omzeilen.
Bij persoonsnamen die voor zowel mannen als vrouwen gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld arts, winkelbediende, manager, getuige, klant, adviseur), kan het verwijzen met voornaamwoorden problematisch zijn.
Als het geslacht duidelijk is uit de context of situatie, is er geen moeilijkheid; dan wordt een mannelijk (hij, hem, zijn) respectievelijk vrouwelijk voornaamwoord (ze, zij, haar) gebruikt.
(1) De burgemeester heeft vlak voor de bevalling haar ambt neergelegd.
(2) Toen de beklaagde het door de stress benauwd kreeg, maakte hij zijn stropdas los.
Blijkt het biologisch geslacht niet uit de context of situatie, of is een categorie van personen bedoeld, dan moet een mannelijk voornaamwoord bij deze persoonsnamen gebruikt worden. Sommige taalgebruikers vinden die mannelijke voornaamwoorden in bepaalde contexten, bijvoorbeeld in personeelsadvertenties, niet sekseneutraal genoeg.
(3) Ik vrees dat de gemiddelde lezer snel zijn concentratie zal verliezen bij dit boek.
(4) Een alleenstaande heeft de pech dat hij zich vaak blauw betaalt aan huisvesting.
(5) De personeelsmanager moet zijn werknemers motiveren.
Als men de risico's van eenzijdig mannelijke interpretatie wil vermijden of echt wil beklemtonen dat zowel mannelijke als vrouwelijke personen bedoeld zijn, dan kunnen een mannelijk en een vrouwelijk voornaamwoord naast elkaar gebruikt worden, bijvoorbeeld hij of zij en zijn of haar. Woordcombinaties die beide geslachten noemen zijn wel nogal omslachtig en soms stilistisch storend. Ze zijn meer geschikt voor schematische, zakelijke teksten (bijvoorbeeld formulieren) dan voor vlot proza.
(6) Mag men een sollicitant naar zijn of haar politieke voorkeur vragen?
(7) Elke burger moet zijn nieuwe adres doorgeven als hij of zij gaat verhuizen.
Er zijn ook alternatieven om het benoemingsprobleem te omzeilen.
(8) Personeelsmanagers moeten hun werknemers motiveren.
(9) Werknemers kunnen motiveren is een belangrijke vereiste voor een personeelsmanager.
(10) We vragen u om uw nieuwe adres door te geven als u gaat verhuizen.
(11) Als personeelsmanager moet je je werknemers kunnen motiveren.
Geachte - Beste (als aanhef)
Geboortenaam, meisjesnaam
Haar / zijn (het bestuur heeft - goedkeuring uitgesproken)
Haar / zijn (Pepsi heeft - winst verdubbeld)
Haar / zijn (wie heeft - huiswerk niet gemaakt?)
Vrouwelijke beroepsnamen
Zijn / haar (zowel hij als zij ziet - budget krimpen)
De Caluwe, J. & Van Santen, A. (2001). Gezocht: Functiebenamingen (M/V). Den Haag: Nederlandse Taalunie.
Verbiest, A. (2006). (M/V) in zakelijke teksten. Alphen aan den Rijn: Kluwer.
ANS (1997), p. 232-233 of online via de E-ANS; Handboek Stijl (1997), p. 162