Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Eensgezinswoning / eengezinswoning

Vraag

Wat is correct: een eensgezinswoning of een eengezinswoning?

Antwoord

Correct is: een eengezinswoning.

Toelichting

Een huis dat bestemd is om door één gezin bewoond te worden, is een eengezinswoning. Die samenstelling is gevormd uit de woordgroep één gezin en het zelfstandig naamwoord woning. Vergelijkbare samenstellingen zijn eenoudergezin en eenpartijstelsel.

Tussen het tweede lid van de woordgroep en het laatste deel van een samenstelling schrijven we vaak een tussen-s: grondgebiedsafbakening, hogesnelheidstrein, eengezinswoning enzovoort. Hoewel veel mensen bij eengezinswoning spontaan ook een s tussen een en gezin uitspreken en schrijven, is dat niet correct.

(1) We zijn sinds vorig jaar op zoek naar een betaalbare eengezinswoning in de buurt van Rotterdam.

Tweegezinswoning en meergezinswoning zijn op overeenkomstige wijze als eengezinswoning gevormd.

(2) De oude watermolen werd gebruikt tot in 1889, en daarna werd hij een tweegezinswoning.

(3) Kenmerkend voor een meergezinswoning is dat u als bewoner zowel onder- als bovenburen kunt hebben.

Bijzonderheid

De samenstelling eengezinswoning krijgt geen uitspraaktekens, omdat het telwoord één hier niet foutief als het lidwoord een (uitgesproken met een doffe e) kan worden gelezen.

Zie ook

Samenstelling of afleiding met of zonder tussenletter -s- (Leidraad 10)
Klemtoonteken (algemeen)

Beheer(overeenkomst) / beheers(overeenkomst)
Eén / een van de
Haasje-repje / haastje-repje

Naslagwerken

Grote Van Dale (2005), Woordenlijst (2015)