Wat is correct: behalve ons of behalve wij was er niemand aanwezig?
Behalve wij was er niemand aanwezig heeft de voorkeur. Behalve ons was er niemand aanwezig is niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar.
Behalve is volgens de meeste naslagwerken een voegwoord. Net als bij andere voegwoorden (bijvoorbeeld en, of) volgt op behalve de onderwerpsvorm van een persoonlijk voornaamwoord (ik, jij, hij, zij, wij, jullie, zij) als behalve dat voornaamwoord verbindt met het onderwerp van de zin.
(1) Behalve wij was er niemand in de kamer. (onderwerp = niemand)
(2) Iedereen weet waar het recept bewaard wordt, behalve hij. (onderwerp = iedereen)
(3) Alle vogels zijn met hun nesten begonnen behalve jij en ik. (onderwerp = alle vogels)
Op behalve volgt een voorwerpsvorm (mij, jou, hem, haar, ons, jullie, hun, hen) als behalve die vorm verbindt met een ander zinsdeel dan het onderwerp.
(4) Behalve mij wou ze niemand spreken. (lijdend voorwerp = niemand)
(5) Hij vroeg het iedereen behalve ons. (meewerkend voorwerp = iedereen)
(6) Behalve hen heb ik geen bekenden gezien op de première. (lijdend voorwerp = geen bekenden)
Hoewel niet alle naslagwerken dat gebruik erkennen, wordt behalve ook als voorzetsel gebruikt. Na een voorzetsel volgt altijd de voorwerpsvorm van een persoonlijk voornaamwoord. Ook als behalve het voornaamwoord verbindt met het onderwerp van de zin, volgt dus soms de voorwerpsvorm van een persoonlijk naamwoord op behalve.
(7a) Behalve hem weet iedereen waar het recept bewaard wordt. (onderwerp = iedereen)
(8a) Er gingen behalve hem nog vijf knappe vrijgezellen naar het feestje. (onderwerp = vijf knappe vrijgezellen)
(9a) Er was niemand aanwezig behalve ons. (onderwerp = niemand) (twijfelachtig)
Dat gebruik van behalve komt vooral voor in zinnen waarin behalve aan het onderwerp van de zin voorafgaat. Een mogelijke verklaring kan zijn dat in dergelijke zinnen nog niet bekend is met welk zinsdeel het voornaamwoord (dat volgt op behalve) verbonden zal worden. Het gebruik van behalve als voorzetsel is niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar. Als alternatief kan het voorzetsel buiten gebruikt worden. Behalve als voegwoord is ook altijd mogelijk.
(7b) Buiten hem weet iedereen waar het recept bewaard wordt.
(8b) Er gingen buiten hem nog vijf knappe vrijgezellen naar het feestje.
(9b) Er was niemand aanwezig behalve wij.
Hertog, C.H. den (1903-1904, tweede druk). Nederlandse Spraakkunst: Handleiding ten dienste van aanstaande (taal)onderwijzers: 3 Dl. Amsterdam: Versluys.
Klooster, W. (2001). Grammatica van het hedendaags Nederlands: Een volledig overzicht. Den Haag: Sdu.
| behalve | |
| Grote Van Dale (2005) | (voegw. door sommige grammatici tot de voorzetsels gerekend) (…) 1 (onderschikkend beperkend voegwoord) ter inleiding van een zinsdeel dat een beperking, een uitsluiting of uitzondering uitdrukt (het verbindt uitsluitend woorden en woordgroepen): allen gaan naar de tentoonstelling, behalve hij; wij werken alle dagen behalve ’s zondags; allen gaan mee, behalve Anninka (…) 2 (onderschikkend uitbreidend voegwoord) naast, buiten: behalve haar heb ik ook haar man en kinderen gezien |
| Koenen (2006) | I vw uitgezonderd, buiten, zonder: ieder was gelukkig ~ hij; het weer was goed, ~ dat er nu en dan een buitje kwam; II vz buiten, zonder: er waren ~ mij tien personen |
| ANS (1997), p. 565 | De woorden behalve en uitgezonderd worden als voegwoord beschouwd (en niet als voorzetsel), omdat ze gevolgd kunnen worden door de onderwerpsvorm van een persoonlijk voornaamwoord. |
| Schrijfwijzer (2005), p. 238-239 |
In een enkel geval is een voorzetsel ook nog voegwoord. Een voorbeeld is behalve: 4a Behalve jij is hier niemand. 4b Behalve jou is hier niemand. (…) In 4a is behalve voegwoord, in 4b voorzetsel. |
| WNT | (…) het naamwoord duidt thans altijd een persoon of een zaak aan, komende bij of behorende tot andere, te voren of daarna genoemd. Staat de naam van die andere personen of zaken in een verbogen casus, dan is dit ook het geval met het woord, volgende op behalve, en behalve kan dan beschouwd worden als een voorzetsel; vandaar dat het in de spraakkunsten dikwijls onder deze soort van rededeelen wordt vermeld. Maar het gebruik wil, dat het woord na behalve als nominatief wordt opgevat, wanneer de bovenbedoelde andere naam in den nominatief staat; b. v. : „ieder was gelukkig behalve hij”, „niemand was er (d. i. alle denkbare personen waren afwezig) behalve zij”; maar „ik heb ieder gezien behalve haar”. Het gebruik is hier niet altijd consequent geweest (zie de voorbeelden), en HUYDECOPER (Pr. 3, 160) achtte de uitdrukking behalve ik onverdedigbaar. Zulke uitdrukkingen komen echter dikwijls voor, en in dat geval kan behalve niet met een voorzetsel worden gelijkgesteld. |