Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Iets verkeerd(s) doen

Vraag

Wat is correct: Zij doet iets verkeerd of Zij doet iets verkeerds?

Antwoord

Beide zijn correct, maar er is een betekenisverschil. Iets verkeerds doen betekent 'iets doen wat verkeerd is'; iets verkeerd doen betekent 'iets doen op een verkeerde manier'.

Toelichting

Na de woorden iets, niets, velerlei, allerlei, wat, veel, weinig, meer, minder, genoeg, voldoende of de combinatie wat voor, gevolgd door een bijvoeglijk naamwoord, krijgt dat bijvoeglijk naamwoord een buigings-s of genitief-s.

(1) Je hebt vandaag echt iets leuks aan.

(2) Die stilzwijgendheid belooft weinig goeds.

(3) Hij kan maar niets origineels bedenken voor haar verjaardag.

In een beperkt aantal gevallen kan er in plaats van een bijvoeglijk naamwoord ook een bijwoord staan, dat het werkwoord nader specificeert. De betekenis van de zin verandert daardoor. Het bijwoord zegt iets over de manier waarop de door het werkwoord uitgedrukte activiteit gebeurt. Een bijwoord krijgt nooit een buigings-s.

(4a) Laat haar toch met rust; ze doet weinig verkeerds. (bijvoeglijk naamwoord, 'iets wat verkeerd is')

(4b) Laat haar toch met rust; ze doet weinig verkeerd. (bijwoord, 'op een verkeerde manier')

(5a) Ik moet nog iets dringends vragen. (bijvoeglijk naamwoord, 'iets wat dringend is')

(5b) Ik moet nog iets dringend vragen. (bijwoord, 'met aandrang', 'ik moet dringend nog iets vragen')

(6a) Ze weet veel opmerkelijks te vertellen. (bijvoeglijk naamwoord, 'wat opmerkelijk is')

(6b) Ze weet veel opmerkelijk te vertellen. (bijwoord, 'op een opmerkelijke manier')

In de meeste gevallen is alleen een bijvoeglijk naamwoord mogelijk.

(7) Ik heb gisteren iets engs in het tuinhuis gevonden. (bijvoeglijk naamwoord)

Bijzonderheid

De buigings-s bij bijvoeglijke naamwoorden is een restant van het oude naamvallensysteem. In België wordt de buigings-s in dit soort zinnen steeds vaker weggelaten, vooral in gesproken taal: iets bijzonder, niets ongewoon, iets apart enzovoort. De vormen zonder -s zijn geen standaardtaal.

Zie ook

Iets crus / cru's

Naslagwerken

Geschiedenis van het Nederlands in de twintigste eeuw (1999)

ANS (1997), p. 412 of online via de E-ANS In naamwoordelijke constituenten die bestaan uit een van de woorden iets, niets, velerlei, allerlei, wat, veel, weinig, meer, minder, genoeg, voldoende of de combinatie wat voor, gevolgd door een adjectief, krijgt dat adjectief een buigings- of genitief-s (zogenaamde partitieve genitief).

Deze constructie komt voor bij adjectieven die een eigenschap of een toestand aanduiden. Beperkingen doen zich voor bij adjectieven die teruggaan op een (tegenwoordig of verleden) deelwoord: deze lenen zich minder tot gebruik in de bovengenoemde constructie, behalve als ze duidelijk adjectivisch geworden zijn, met andere woorden als ze een eigenschap of een toestand aanduiden, bijv. wat dringends, iets passends, iets gezochts