Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Toen / als / wanneer (+ verleden tijd)

Vraag

Welke zin is correct: Toen hij ziek werd, ging hij naar huis, Als hij ziek werd, ging hij naar huis of Wanneer hij ziek werd, ging hij naar huis?

Antwoord

De drie zinnen zijn correct, maar er is een betekenisverschil. Toen gecombineerd met een werkwoord in de verleden tijd verwijst naar een eenmalige gebeurtenis in het verleden. Voor een herhaalde handeling of gebeurtenis in het verleden gebruiken we als of wanneer plus een verledentijdvorm. Wanneer behoort tot het formele taalgebruik.

Toelichting

De voegwoorden toen, als en wanneer geven alle drie aan dat de in de rompzin en bijzin uitgedrukte werkingen (min of meer) gelijktijdig plaatsvinden.

Toen verwijst naar een eenmalige gebeurtenis of een bepaalde periode in het verleden: 'die keer dat', 'op het ogenblik dat', 'ten tijde dat'. Het wordt gecombineerd met een persoonsvorm in de verleden tijd. De zin Toen hij ziek werd, ging hij naar huis verwijst dus naar een specifieke gebeurtenis in het verleden.

(1) Toen Martien me opbelde, was ik nog niet thuis.

(2) Toen opa op het platteland woonde, had hij een eigen moestuin.

(3) Ik had dit nog niet gelezen toen ik mijn reactie gaf.

Om te verwijzen naar een gebeurtenis die zich meermaals voordeed, gebruiken we het voegwoord als. We kunnen dan vóór als het bijwoord telkens toevoegen, zoals in Telkens als hij ziek werd, ging hij naar huis. Als drukt in deze zinnen geen voorwaarde uit.

(4) Mijn vader had de gewoonte de tv aan te zetten (telkens) als we aan tafel gingen. (herhaling in het verleden)

(5) (Telkens) als ik die muziek hoorde, kreeg ik kippenvel. (herhaling in het verleden)

Wanneer is een synoniem van als. Het behoort tot de schrijftaal.

(6) (Telkens) wanneer ik bij de directeur kwam, bespraken we de uitvoerig de nieuwste leermethodes. (formeel, herhaling in het verleden)

In België worden als en wanneer soms ook gebruikt om een eenmalige periode of gebeurtenis in het verleden aan te duiden, maar dat is geen standaardtaal. Toen is hier het enige correcte voegwoord.

(7) Als wij klein waren, gingen we vaak naar zee. (in België, geen standaardtaal)

(8) Wanneer ik vanmorgen de radio aanzette, hoorde ik een interview met de voetbaltrainer. (in België, geen standaardtaal)

Bijzonderheid

Als, gevolgd door een werkwoordsvorm in de verleden tijd, kan ook gebruikt worden om een voorwaarde of een veronderstelling in het verleden aan te duiden. Indien drukt eveneens een voorwaarde uit, maar behoort tot het formele taalgebruik. Toen is in dit geval niet mogelijk.

(9) Als hij geld gehad had, dan zou hij ongetwijfeld naar Amerika gegaan zijn.

(10) Indien we tijdig gereageerd hadden, zou hij niet ontslagen zijn. (formeel)

Zie ook

Als / of (ik zal kijken - zij er is)
Wanneer / als (+ tegenwoordige of toekomende tijd)

Naslagwerken

 

als

wanneer

toen

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 16, p. 315

[bij als] 1) (als voegw. v. tijd + verl. tijd) toen: - hij jong was, liep hij altijd op blote voeten

3) (…) WEL: - hij kwam …, telkens als hij kwam …

- hij dat zag, - het vroor, toen (éénmaal in 't verleden); - hij dat geweten had, als, indien (…)

WEL als frequentatief: - het vroor = telkens als het vroor.

-

Correct Taalgebruik (2006), p. 23

[bij als] Een herhaaldelijke of gewoonlijk voorkomende gelijktijdigheid in het verleden of heden wordt met als of wanneer uitgedrukt

Zie: als

[bij als] Om een bepaald, afzonderlijk feit in het verleden aan te duiden gebruiken we: toen

ANS (1997), p. 552 of online via de E-ANS

Van de synonieme voegwoorden als en wanneer behoort het laatste tot formeel taalgebruik. Deze voegwoorden situeren de werking na het spreekmoment of geven een herhaalde werking aan.

-

-