Wat is correct: Ziet u een rol voor zichzelf weggelegd bij deze organisatie of Ziet u een rol voor uzelf weggelegd bij deze organisatie?
Zowel zichzelf als uzelf is hier correct. De keuze voor een van beide is een kwestie van smaak. Zichzelf klinkt hier voor sommige taalgebruikers wat formeler dan uzelf.
Zichzelf en uzelf zijn de met -zelf versterkte vormen van de wederkerende voornaamwoorden zich en u. Die vormen met -zelf worden onder meer gebruikt na een voorzetsel, zoals na voor in het voorbeeld uit de vraag.
In combinatie met het persoonlijk voornaamwoord van de tweede persoon u kan meestal zowel zich(zelf) als u(zelf) gebruikt worden. Het gebruik van zich(zelf) is te verklaren doordat het persoonlijk voornaamwoord u van oorsprong een vorm voor de derde persoon enkelvoud is (afgeleid van uwe edelheid). De daarmee corresponderende vorm van het wederkerend voornaamwoord is - net als bij hij of zij - zich(zelf). Vergelijk: Ziet hij voor zichzelf..., Ziet zij voor zichzelf...en Ziet u voor zichzelf....
Tegenwoordig geldt u echter als een vorm voor de tweede persoon (enkelvoud en meervoud), waarmee beleefdheid of afstand uitgedrukt wordt. De hiermee corresponderende vorm van het wederkerend voornaamwoord is u(zelf), in het voorbeeld uit de vraag dus: Ziet u voor uzelf....
Sommige taalgebruikers geven de voorkeur aan Ziet u voor uzelf... boven Ziet u voor zichzelf...omdat ze de combinatie van een persoonlijk en een wederkerend voornaamwoord die allebei onmiskenbaar vormen van de tweede persoon zijn, consequenter vinden of omdat ze Ziet u voor zichzelf...te formeel vinden.
Er zijn twee overwegingen die de keuze tussen zich(zelf) en u(zelf) kunnen beïnvloeden.
1. Als u onderwerp is en gecombineerd wordt met de persoonsvorm van de tweede persoon van een van de werkwoorden hebben, zijn, kunnen, willen en zullen (u hebt, u bent, u kunt, u wilt, u zult), dan kan u(zelf) de voorkeur hebben voorzover men consequentie nastreeft; in combinatie met de persoonsvorm van de derde persoon van diezelfde werkwoorden (u heeft, u is, u kan, u wil, u zal) krijgt op grond van dezelfde overweging zich(zelf) de voorkeur. In principe zijn er echter vier mogelijkheden, die alle vier in de praktijk voorkomen. Vergelijk:
(1a) Hebt u voor uzelf al uitgemaakt wat u hierna gaat doen?
(1b) Hebt u voor zichzelf al uitgemaakt wat u hierna gaat doen?
(1c) Heeft u voor zichzelf al uitgemaakt wat u hierna gaat doen?
(1d) Heeft u voor uzelf al uitgemaakt wat u hierna gaat doen?
In zin (1a) wordt consequent de tweede persoon gebruikt (persoonsvorm hebt en wederkerend voornaamwoord uzelf) en in (1c) consequent de derde persoon (persoonsvorm heeft en wederkerend voornaamwoord zichzelf). Toch is vooral een combinatie als in (1b) ook heel gebruikelijk.
2. Als het wederkerend voornaamwoord meteen volgt op het persoonlijk voornaamwoord u, dan kan zichzelf de voorkeur hebben voor wie een opeenvolging van twee keer u, zoals in (3b), niet goed vindt klinken. Vergelijk:
(3a) Ziet u zichzelf als mogelijke opvolger van de partijvoorzitter?
(3b) Ziet u uzelf als mogelijke opvolger van de partijvoorzitter?
Jezelf / je zelf
U heeft / hebt
Zich / u (U hebt - vergist)
Zich / u (U vergist -)
ANS (1997), p. 261-263; Klooster (2001), p. 352; Ik schrijf zonder fouten (1997), p. 106; Schrijfwijzer (2002), p. 187; Taalboek Nederlands (1997), p. 164; Vraagbaak Nederlands (2001), p. 129-130