Moet centimeter in het enkelvoud of het meervoud staan na een tiental?
Beide vormen zijn correct: een tiental centimeter of een tiental centimeters. In België komt de enkelvoudsvorm vaker voor, in Nederland de meervoudsvorm.
Woorden op -tal, zoals drietal, tiental, vijfentwintigtal en honderdtal, voorafgegaan door het onbepaald lidwoord een, geven niet exact maar bij benadering een aantal van iets aan ('ongeveer drie', 'ongeveer tien', enz.). De combinatie een aantal ('enkele/enige') duidt een onbepaalde hoeveelheid aan, een betekenis die bijv. ook de woordgroep een paar kan hebben.
Als hoeveelheidsaanduidende zelfstandige naamwoorden gecombineerd worden met een aantal/drietal/tiental enz., dan kunnen ze ofwel in het enkelvoud staan, ofwel in het meervoud, bijvoorbeeld: een aantal kilometer(s), een drietal kilo('s), een tiental centimeter(s), een honderdtal hectare(n). Het gebruik van de enkelvoudsvorm is analoog aan het gebruik van de enkelvoudsvorm na een paar of de onbepaalde telwoorden hoeveel en zoveel (waarna het enkelvoud verplicht is, bijvoorbeeld: een paar centimeter, hoeveel kilometer, zoveel kilo). Na woorden op -tal komen zowel de enkelvouds- als de meervoudsvorm in de praktijk in het hele taalgebied voor, maar de enkelvoudsvorm wordt vooral in België gebruikt en de meervoudsvorm vooral in Nederland.
Wordt het meervoud van een woord op -tal gebruikt, dan kan het daarmee gecombineerde hoeveelheidsaanduidende zelfstandig naamwoord alleen maar in het meervoud staan, bijv. tientallen kilometers, vele aantallen liters, net zoals in combinaties als honderden kilometers, duizenden liters, tienduizenden hectaren.
Enkelvoudsvorm / meervoudsvorm bij hoeveelheidsaanduidende zelfstandige naamwoorden (algemeen)
Hectare(n) (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Maand(en) (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Jaar / jaren (enkelvoud of meervoud na telwoord?)
Vijf lichtjaren / vijf lichtjaar
ANS (1997), p. 438-440 en 1147; Handboek verzorgd Nederlands (1996), p. 161; Ik schrijf zonder fouten (1996), p. 128-130; Schrijfwijzer (2002), p. 206-207; Taalboek Nederlands (1997), p. 111