Is het naargelang of naar gelang?
Correct is: naargelang.
Naargelang kan als voegwoord of als voorzetsel worden gebruikt. In beide gevallen schrijven we naargelang in één woord.
Het voegwoord naargelang heeft de betekenis 'naarmate' en leidt een bijzin in. Het voegwoord kan worden voorafgegaan door al.
(1) Naargelang het kouder wordt, wordt er meer erwtensoep verkocht.
(2) Al naargelang we ouder worden, vertraagt ons metabolisme.
De voorzetseluitdrukking (al) naargelang (van) heeft de betekenis ‘in evenredigheid met, in verhouding tot’ en wordt altijd gevolgd door een zelfstandig naamwoord:
(3) Naargelang de omstandigheden is het erg rustig.
(4) Ieder betaalt belastingen naargelang van zijn vermogen.
Als voorzetseluitdrukking spelt het Witte Boekje (2006) naar gelang in twee woorden. Die schrijfwijze is niet officieel.
Woordgroep of samenstelling? (Leidraad 6.8)
Bovenin de kast / boven in de kast
Ondermeer / onder meer, zondermeer / zonder meer
Vantevoren / van te voren / van tevoren
Voorzover / voor zover