Moet de of het worden gebruikt in Matthijs heeft de/het meeste fouten gemaakt?
Zowel de als het is mogelijk. De moet gebruikt worden als meeste een bepaling is bij het zelfstandig naamwoord fouten (de - fouten), het als het de bijwoordelijke bepaling het meest(e) betreft. In het laatste geval speelt het getal of geslacht van het zelfstandig naamwoord geen rol.
In de zin Matthijs heeft de meeste fouten gemaakt wordt meeste, de overtreffende trap van het onbepaalde telwoord veel, gebruikt als bijvoeglijke bepaling. Het zegt iets over het zelfstandig naamwoord erachter. Het zelfstandig naamwoord bepaalt het lidwoord. Bij een meervoudig zelfstandig naamwoord hoort het lidwoord de. Ter vergelijking: bij een onzijdig woord in het enkelvoud hoort het lidwoord het; vandaar: het meeste geld. Vergelijkbare gevallen (met een overtreffende trap) zijn: de grootste fout (de omdat het de fout is), het grootste verschil (het is het verschil), de grootste fouten (het is de fouten), de grootste verschillen (het is de verschillen), de meeste indruk (het is de indruk).
In de zin Matthijs heeft het meest(e) fouten gemaakt is de combinatie het meest(e) een apart zinsdeel, namelijk een bijwoordelijke bepaling, zoals dat ook het geval is in de zin Ik vertrouw hem nog het meest(e). Een bijwoordelijke bepaling zegt iets over het werkwoord. Als meest(e) een bijwoordelijke bepaling is, treedt altijd het lidwoord het op: De goochelaar heeft het meest(e) indruk gemaakt (hoewel het de indruk is). De zelfstandigheid van het zinsdeel blijkt ook uit de mogelijkheid om het meest(e) voorop te plaatsen, bijvoorbeeld: Het meest(e) heeft de goochelaar indruk gemaakt, en niet de clown.
Vergelijkbare voorbeelden zijn:
(1) Hij werkt het hardst(e) van allemaal.
(2) Sonja drinkt het liefst(e) thee.
(3) Ik kom geregeld in Amsterdam, maar het vaakst(e) kom ik in Utrecht.
In deze gevallen kan de bijwoordelijke bepaling de uitgang -e krijgen. De vormen op -e worden vooral gebruikt in gesproken taal. In de geschreven taal wordt gewoonlijk de voorkeur gegeven aan de vormen zonder -e.
ANS (1997), p. 422-423.