Wat is de correcte uitspraak van dergelijk: [dergelek] of [dergelijk]?
Dergelijk kunnen we op twee manieren uitspreken: met een toonloze e (sjwa) of met een ij-klank.
Het woord dergelijk is een samenstelling van der (verbogen vorm van de) en gelijk. Het is te vergelijken met andere woorden waarin het woord gelijk zit: soortgelijk en tegelijk. De ij-uitspraak in dergelijk is goed te verklaren, omdat het woord gelijk ook met een ij wordt uitgesproken.
Toch is ook de uitspraak met een toonloze e gangbaar geworden, doordat we ons niet meer bewust zijn van de herkomst van het woord. De meeste woorden op -(e)lijk zijn immers afleidingen. Deugdelijk, fatsoenlijk en gevaarlijk zijn afgeleid van de zelfstandige naamwoorden deugd, fatsoen en gevaar; degelijk is een afleiding van deeg ('iets goeds', vergelijk terdege). De uitspraak van deze woorden is eenvoudig: het achtervoegsel -(e)lijk wordt altijd met een toonloze e uitgesproken. Onder invloed van deze woorden is de toonloze e ook bij dergelijk gangbaar geworden. Bij soortgelijk en tegelijk is alleen de uitspraak met een ij-klank mogelijk.
| Bron | [dergelijk] | [dergelek] |
| Verschueren (1996) | x | x |
| Uitspraakwoordenboek (2000) | - | x |
| ABN-uitspraakgids (1998) | - | x |
| Groot uitspraakwoordenboek (1974) | x (= meest gebruikelijke) | x |