Is zelfzeker correct?
Ja, zelfzeker is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is zelfverzekerd.
Iemand die veel zelfvertrouwen heeft, wordt in de standaardtaal in het hele taalgebied zelfverzekerd genoemd.
(1) Ik voelde me heel zelfverzekerd en wist dat ze volstrekt kansloos was.
Een zelfverzekerde persoon wordt in de standaardtaal in België dikwijls ook zelfzeker genoemd.
(2) Hij is ontwapenend zelfzeker, zonder arrogant te zijn. [standaardtaal in België]
Bovendien kan zelfzeker in België ook als bijwoord voorkomen.
(3) De kinderen stapten zelfzeker of met een kloppend hartje mee. [standaardtaal in België]
| zelfzeker | zelfverzekerd | |
| Grote Van Dale (2005) | (Belg.N., niet alg.), zelfverzekerd | zeker van zichzelf, vol zelfvertrouwen |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2006) | 1 (Belg., niet alg.) zelfverzekerd | 1 zeker van zichzelf, vol zelfvertrouwen, syn. zelfbewust, zelfzeker |
| Verschueren (1996) | Z.N. Germ. zelfverzekerd | zeker van zichzelf, vol zelfvertrouwen |
| Koenen (1999) | - | overtuigd van eigen juistheid van eigen mening, eigen kracht |
| Kramers (2000) | ZN zelfverzekerd, vol zelfvertrouwen | zeker van zichzelf, overtuigd van de juistheid van eigen inzicht |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 326 | [wordt afgekeurd] zelfverzekerd | - |
| Taalwijzer (1998), p. 386 | [bij zelfverzekerd, wordt afgekeurd] niet: zelfzeker | is correct; subst. zelfverzekerdheid |
| Stijlboek VRT (2003), p. 275 | [wordt afgekeurd] Algemeen Nederlands is: zelfverzekerd | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | zelfverzekerd | - |