Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Schrik hebben / bang zijn

Vraag

Is schrik hebben correct?

Antwoord

Ja, schrik hebben is standaardtaal in België. Standaardtaal in het hele taalgebied is bang zijn.

Toelichting

In de standaardtaal in België is schrik hebben gangbaar als synoniem van bang zijn. Schrik hebben wordt vaak met het voorzetsel van (ook wel met voor) of met een dat-zin gecombineerd.

(1) De meeste kiezers van die partij zijn brave huisvaders die schrik hebben van enig avontuur. [standaardtaal in België]

(2) De lafaards hebben schrik dat ze nog zwaarder gestraft zullen worden. [standaardtaal in België]

Standaardtaal in het hele taalgebied zijn bang zijn voor (of van), angst hebben voor of vrezen.

(3) Als kleine jongen was Peter bang voor spinnen.

(4) De minister vreest dat het zijn laatste dag in de regering zou kunnen zijn.

Zie ook

Schrok af / schrikte af

Naslagwerken

 

schrik hebben

bang zijn

Grote Van Dale (2005)

[bij schrik] 3 (…) (Belg.N., spreekt.) schrik hebben [leenvertaling van Fr. avoir peur], bang zijn, syn. vrezen

[bij bang] 3 (…) ik was bang van dat beest

Van Dale Hedendaags Nederlands (2006)

[bij schrik] (Belg. inf.) schrik1 hebben bang zijn

-

Verschueren (1996)

-

2. (…) niet - van of voor iemand zijn; niet - zijn dat het zal mislukken; niet voor een beetje - zijn

Koenen (2006)

[bij schrik] ~ van iem hebben ontzag voor

[bij bang] ~ zijn voor (ook: van) iem

Kramers (2000)

[bij schrik] 3 ZN (…) ~ hebben van bang zijn voor

-

Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 244

[bij schrik, wordt afgekeurd] - hebben, bang zijn voor iets, terugschrikken voor

-

Taalwijzer (1998), p. 292, 52

[bij schrik] Van Dale keurt schrik hebben af als gall. en vervangt het door *bang zijn. Toch is het gangbaar.

[bij *bang] Gangbaar zijn: bang zijn (voor of van); ook bang zijn dat + zin is correct

Stijlboek VRT (2003), p. 210

[bij schrik, wordt afgekeurd]

Niet: Ik heb schrik van spinnen.

[bij schrik]

Wel: Ik ben bang voor spinnen.

Vlaams-Nederlands woordenboek (2003)

[bij schrik] schrik hebben (van), bang zijn (voor)

-