Wat is het correcte woord: zuiders of zuidelijk?
Beide woorden zijn correct. Het bijvoeglijk naamwoord zuiders is standaardtaal in België en heeft er een specifiekere betekenis dan zuidelijk. Zuiders verwijst naar een gevoel, een sfeer, een cultuur, een temperament of een mentaliteit zoals aan het zuiden of de zuiderlingen eigen is. Zuidelijk betekent meer algemeen 'gelegen in of behorend tot het zuiden'. In Nederland komt in de standaardtaal alleen zuidelijk voor.
Om te verwijzen naar iets wat in het zuiden gelegen is of tot het zuiden behoort, is in de standaardtaal het bijvoeglijk naamwoord zuidelijk gangbaar.
(1) Hij heeft een optrekje in het zuidelijke deel van Malta.
(2) Spoelt water op het zuidelijke halfrond in een andere richting weg dan op het noordelijke halfrond?
In de standaardtaal in België is naast zuidelijk ook het bijvoeglijk naamwoord zuiders gangbaar om meer specifiek aan te geven dat het gaat om een gevoel, een sfeer, een cultuur, een temperament of een mentaliteit zoals aan het zuiden of de zuiderlingen eigen is of daarmee geassocieerd wordt. Woordgroepen als zuiders temperament, zuiders getint en zuiders type komen dan ook frequent voor in België. In combinatie met woorden als temperament, getint, type, karakter en andere woorden waarin de extra betekenisnuance die door zuiders wordt uitgedrukt al vervat zit, komt af en toe ook zuidelijk voor, maar zuiders is ook in die contexten veel gebruikelijker.
(3a) Geef mij maar een zuiders sfeertje met cocktails en salsa dansende vrouwen in bikini. [standaardtaal in België]
(3b) Geef mij maar een zuidelijk sfeertje met cocktails en salsa dansende vrouwen in bikini. (weinig gebruikelijk in België)
(4a) Deze gearomatiseerde olijfolie is bestemd voor warme bereidingen en geeft ze een lekker zuiders tintje. [standaardtaal in België]
(4b) Deze gearomatiseerde olijfolie is bestemd voor warme bereidingen en geeft ze een lekker zuidelijk tintje. (weinig gebruikelijk in België)
(5a) Albert verontschuldigde zich door te zeggen dat zijn vrouw een zuiders temperament heeft. [standaardtaal in België]
(5b) Albert verontschuldigde zich door te zeggen dat zijn vrouw een zuidelijk temperament heeft. (weinig gebruikelijk in België)
In combinatie met woorden die niet verwijzen naar een gevoel, een sfeer, een temperament, enzovoort is er een duidelijk betekenisverschil tussen zuiders en zuidelijk. Zuiders drukt dan het gevoel, de sfeer, het temperament, enzovoort uit, terwijl zuidelijk uitsluitend betrekking heeft op de ligging.
(6) Vakantie betekent voor mij van de zon genieten op een zuiders terras (terras met een bepaalde sfeer). [standaardtaal in België]
(7) Die deur geeft toegang tot het zuidelijke terras. ('terras aan de zuidelijke zijde van een gebouw')
Beide vormen van het bijvoeglijk naamwoord kunnen ook samen voorkomen, met betekenisverschil.
(8) Deze wandelgids neemt u mee door de Gaume, de meest zuidelijke en zuiderse streek van België. (zuiderse [standaardtaal in België])
In Nederland gebruikt men in de standaardtaal over het algemeen uitsluitend zuidelijk, al komt zuiders af en toe ook wel eens voor.
(9) 'Nederlandse mannen vallen op vrouwen met een zuidelijk temperament', grapte Máxima.
(10) Een huisje in Zuid-Europa: de kleuren in de natuur, een mooi beeld op een Italiaans plein, de sfeer van een zuidelijk terras, kleurrijke mensen, prachtige vrouwen… [standaardtaal in Nederland]
In België en in mindere mate ook in Nederland worden af en toe samenstellingen als zuiderkant en zuidergrens gebruikt. In de standaardtaal zijn zuidkant en zuidgrens gangbaar.
(11)Er ligt een toegangspoort verborgen aan de zuiderkant van de stad. (geen standaardtaal
(12)De zuidergrens van Vlaanderen is ook een taalgrens. (geen standaardtaal)
Wel standaardtaal in het hele taalgebied is zuiderburen.
| |
zuiders | zuidelijk |
| Grote Van Dale (2005) | (w.g., alg.Belg.N.) zoals aan het zuiden of de zuiderlingen eigen is, met de bijgedachte aan het klimaat of de cultuur van de mediterrane regio of de tropische landen | 1 gelegen in, behorend tot het zuiden, syn. austraal, meridionaal |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 (Belg.) zuidelijk | 1 aan de kant van het zuiden, syn. meridionaal, zuid, zuiders |
| Verschueren (1996) | Z.N. zuidelijk | 1. in het zuiden gelegen |
| Koenen (1999) | - | 1 zich ten Z. bevindend (…) 2 van of naar het Z. (…) 3 in het Z. thuis horend (…) 4 als in het Z. |
| Kramers (2000) | ZN zuidelijk; in het zuiden | in of naar het zuiden |
| ANS (1997), p. 716-717 | [bij adjectieven op –s] (…) Bij de afleidingen van de namen van de windstreken noorden, oosten, westen en zuiden treedt een vormverandering op in het grondwoord: noords, oosters, westers, zuiders. Deze vier adjectieven worden vooral in staatkundige en culturele zin gebruikt (het westerse bondgenootschap, oosterse talen, enz.) in tegenstelling tot hun pendanten op -elijk, die in meer letterlijke zin worden gebruikt (bijv. een westelijke wind, het oostelijke halfrond). Het adjectief zuiders is alleen in regionaal taalgebruik algemeen (in Belgisch Nederlands). | - |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 318 | [wordt afgekeurd] Correct is: zuidelijk. Let evenwel ook op de samenstellingen, zoals zuiderburen (…). | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 331 | [wordt afgekeurd] zuidelijk | - |
| Taalwijzer (1998), p. 392 | [bij zuidelijk] zuiders is weinig gebruikelijk zegt Van Dale, maar dus niet fout | is correct |
| Stijlboek VRT (2003), p. 279 | Bruikbaar Belgisch Nederlands voor: mediterraan, tropisch. (…) zo heeft zuiders ook een culturele betekenis in het Belgische Nederlands, tegenover het uitsluitend geografische zuidelijk. | - |
| Vlaams-Nederlands woordenboek (2003) | zuidelijk | - |