Is verongelukken in een zin als De fietser die gisteren verongelukte, mocht vandaag al het ziekenhuis verlaten correct gebruikt?
Nee, dit gebruik van verongelukken is geen standaardtaal. In de standaardtaal wordt verongelukken met betrekking tot personen alleen gebruikt als de persoon het ongeluk niet overleefd heeft.
Het gebruik van verongelukken met betrekking tot personen impliceert in de standaardtaal dat het om een dodelijk ongeluk gaat. Een synoniem is omkomen. Als bedoeld wordt dat een persoon is aangereden, maar nog leeft, wordt een ongeluk hebben of een ongeval hebben gebruikt.
(1) Meer dan honderd personen zijn bij die vliegtuigramp verongelukt.
(2) Het is lang niet de eerste keer dat hij een ernstig ongeval heeft, maar hij brengt het er altijd levend van af.
Strikt genomen is dodelijk verongelukken dan ook dubbelop. Toch komt dit pleonasme vrij frequent in Nederland voor.
(3) Bij een ongeluk woensdagmiddag op de A6, richting Amsterdam, net voorbij de Hollandse Brug, is een 76-jarige automobilist uit Lelystad dodelijk verongelukt.
(4) Het moederschap van Leonie gaat ten slotte de mist in: allereerst blijkt de vrouw die het kind draagt haar geld aan een nieuwe auto te hebben besteed en vervolgens gaat de hele transactie niet door, omdat een ander kind van de vrouw dodelijk verongelukt.
Verongelukken wordt met betrekking tot personen ook wel gebruikt in figuurlijke zin en is dan synoniem met mislukken, niet goed terechtkomen.
(5) Je kan wel zeggen dat hij verongelukt is. Hij heeft niets bereikt van wat hij beoogde.
Met betrekking tot zaken (met name vervoermiddelen zoals vliegtuigen, schepen, treinen, bussen, auto’s) betekent verongelukken 'onbruikbaar worden door ongeluk'.
(6) De Titanic is al meteen bij de eerste reis verongelukt.
(7) Bij een kettingbotsing op de A73 bij Venlo zijn vanmorgen tien auto’s verongelukt.
| verongelukken | een ongeluk hebben | |
| Grote Van Dale (2005) | 1 (van personen) om het leven komen, syn. omkomen | [bij ongeluk] 3 (…) een ongeluk hebben |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | 1 door een ongeluk omkomen | - |
| Verschueren (1996) | 1. Eig. door een ongeluk omkomen | [bij ongeluk] 2. (…) a. ongunstig toeval, ongeval: (…) een - hebben |
| Koenen (1999) | 1 omkomen | - |
| Kramers (2000) | 1 algemeen stukgaan of onbruikbaar worden door een ongeluk; (van levende wezens) door een ongeluk omkomen | - |
| Correct Taalgebruik (2001), p. 280 | Met betrekking tot personen gebruikt men verongelukken alleen als het om een dodelijk ongeluk gaat. Met betrekking tot grote voertuigen is het gebruik ruimer: verongelukken betekent dan: zwaar beschadigd worden. | - |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 298 | [wordt afgekeurd] een ongeval of ongeluk hebben (…) wel: (bij een dodelijk ongeluk) bij die scheepsramp zijn bijna 300 mensen verongelukt; het kopje is verongelukt (= gebroken) | - |
| Stijlboek VRT (2003), p. 256 |
Verongelukken betekent: een dodelijk ongeluk krijgen. Ook vliegtuigen, schepen, treinen, bussen kunnen verongelukken. Het moet dus gaan om vervoermiddelen waarin een groot aantal mensen plaats kan nemen. Niet gebruiken voor: een ongeluk krijgen. |
- |