Taalunieversum

Nederlandse Taalunie

Taaladvies.net

U bent hier: taalunieversum » taaladvies

Opschorten - schorsen

Vraag

Zijn opschorten en schorsen synoniemen?

Antwoord

Nee, opschorten betekent 'tijdelijk uitstellen'. Schorsen betekent 'voorlopig buiten werking stellen'.

Toelichting

Opschorten en schorsen mogen niet met elkaar verward worden. Opschorten betekent 'tijdelijk uitstellen', schorsen heeft drie betekenissen: 'uitstellen', 'voorlopig buiten werking stellen' en 'tijdelijk uit zijn ambt ontzetten'.

(1) De uitspraak is opgeschort/geschorst tot de rechtbank over meer informatie beschikt.

(2) Door het hoger beroep is de uitvoering van het vonnis geschorst/opgeschort.

(3) Het schorsen van zijn gevangenhouding werd op protest onthaald.

(4) De stervoetballer werd geschorst.

(5) Toen de geschorste leerling weer naar school kwam, hielden de leerkrachten hem goed in de gaten.

De Taalwijzer beklemtoont dat opschorten en schorsen niet verward mogen worden. Volgens de Grote Van Dale (2005), Van Dale Handwoordenboek (1996), Verschueren (1996), Koenen (1999) en Kramers (1998) kunnen opschorten en schorsen maar één gemeenschappelijke betekenis hebben, nl. 'uitstellen'.

Naslagwerken

Bron opschorten schorsen
Grote Van Dale (2005) 2 op een later tijdstip stellen, syn. uitstellen (...) 1 verschuiven, uitstellen, opschorten (...) 2 tijdelijk sluiten, opheffen, doen ophouden, buiten werking stellen (...) 3 (iem.) voorlopig of tijdelijk verbieden zijn ambt waar te nemen, m.n. de eraan verbonden bevoegdheden uit te oefenen (...)
Van Dale Handwoordenboek (1996) 0.1 op een later tijdstip stellen -- uitstellen (...) 0.1 voorlopig of tijdelijk buiten werking stellen 0.2 tijdelijk sluiten -- staken 0.3 voorlopig of tijdelijk verbieden zijn ambt waar te nemen
Verschueren (1996) 2. Metf. tijdelijk laten stoppen, verdagen, uitstellen (...) 1. tijdelijk doen ophouden (...); 2. uitstellen, opschorten (...) 3. tijdelijk uit een dienstverband ontzetten (...)
Koenen (1999) 2 uitstellen, op een later tijdstip stellen (...) 1 verschuiven, uitstellen (...) 2 tijdelijk van school sturen; tijdelijk uitsluiten van wedstrijdsport (...) 3 tijdelijk laten ophouden (...)
Kramers (1996) 2 uitstellen 1 tijdelijk staken, uitstellen 2 tijdelijk ontslaan; tijdelijk doen ophouden; het recht ontzeggen aan een of meer wedstrijden deel te nemen
Correct Taalgebruik (1997), p. 151 Let op het verschil tussen opschorten, d.w.z. tijdelijk uitstellen en schorsen: voorlopig buiten werking stellen. (geen vermelding)
Woordenboek correct taalgebruik (1994) (geen vermelding) (geen vermelding)
ABN-gids (1996) (geen vermelding) (geen vermelding)
Taalwijzer (1998), p. 247, 291-292 Niet te verwarren met *schorsen; opschorten betekent uitstellen, op een later tijdstip stellen; subst. opschorting Niet te verwarren met *opschorten; schorsen betekent tijdelijk sluiten, opheffen, tijdelijk uit het ambt zetten.

Nederlandse Taalunie