Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Integendeel - daarentegen

Vraag

Wat is het verschil tussen integendeel en daarentegen?

Antwoord

Integendeel en daarentegen hebben veel gemeen. Het zijn allebei tegenstellende voegwoordelijke bijwoorden. Integendeel kan in de aanloop en de uitloop van de zin voorkomen. Het kan bovendien afzonderlijk gebruikt worden als antwoord op een vraag. Daarentegen heeft die gebruiksmogelijkheden niet.

Toelichting

Correct Taalgebruik (1997) en Taalwijzer (1998) proberen semantische verschillen tussen integendeel en daarentegen te vinden. Volgens die taaladviesboeken is integendeel niet bruikbaar in de betekenis van 'omgekeerd', 'in het tegenovergestelde geval', 'daarentegen'. Dat verschil blijkt niet uit de Grote Van Dale (2005), Van Dale Hedendaags Nederlands (1996) en Verschueren (1996). Zij vermelden daarentegen als synoniem van integendeel.

Integendeel en daarentegen hebben veel gemeen. Het zijn allebei tegenstellende voegwoordelijke bijwoorden. Dat zijn bijwoorden die een tegenstellend verband leggen tussen twee zinnen of delen van de zin. Toch is er een verschil. Integendeel wordt gebruikt om een uiting over een onderwerp te weerleggen ((1) en (2)). Daarentegen wordt gebruikt om te wijzen op de tegengestelde kenmerken van twee vergelijkbare onderwerpen (3) of van één onderwerp in verschillende omstandigheden (4).

(1) A: Je goudvis is ziek. -- B: Integendeel, hij is kerngezond.

(2) De drie grote politieke zuilen werden in de naoorlogse periode geenszins afgebroken, maar pasten zich integendeel aan de zich wijzigende omstandigheden aan.

(3) De ene hamster is doodziek, de andere daarentegen is heel gezond.

(4) Als een mens geconfronteerd wordt met gewone, gelukkige mensen voelt hij zich bedreigd. Als hij daarentegen slecht nieuws hoort, groeit het gevoel dat hij het toch nog zo slecht niet heeft.

Een tweede verschil tussen beide bijwoorden zijn hun plaatsingsmogelijkheden.

In tegenstelling tot daarentegen kan integendeel in de aanloop van de zin voorkomen. Intonatief is zo'n bijwoord door een pauze van de rest van de zin gescheiden. In geschreven taal wordt dat meestal door een komma weergegeven.

(5) U denkt dat het mij onverschillig laat? Integendeel, ik ben er kapot van.

Integendeel drukt hier een tegenstelling uit, waarbij in de tweede zin geloochend wordt wat in de eerste is gezegd. Integendeel kan dan vervangen worden door wendingen als juist omgekeerd, het tegengestelde is waar.

Een ander verschil met daarentegen is dat integendeel afzonderlijk kan voorkomen, als antwoord op een vraag en in de uitloop van de zin kan staan. In het laatste geval is integendeel weer door een pauze van de rest van de zin gescheiden.

(6) A: Is hij ziek? -- B: Integendeel.

(7) Hij is helemaal niet ziek, integendeel.

In andere posities is daarentegen gebruikelijker.

(8) Ik daarentegen ben gisteren naar de bakker geweest.

(9) Ik ben daarentegen gisteren naar de bakker geweest.

(10) Gisteren daarentegen ben ik naar de bakker geweest.

(11) Hij is zeer vooruitstrevend, zijn broer daarentegen is een verstokt conservatief.

Bronnen

Van Belle, W. & Devroy, G. (1992). Tegenstellende en toegevende connectoren. Een argumentatieve beschrijving (pp. 19-21). In Preprint 143, Leuven: Departement Linguïstiek.

Naslagwerken

ANS (1997)

integendeel
Grote Van Dale (2005) (voegw.bw.), het tegengestelde is waar; syn. daarentegen: (...); juist omgekeerd (...); (vaak op zichzelf staand gebruikt)(...)
Van Dale Handwoordenboek (1996) 0.1 daarentegen, het tegengestelde is waar
Verschueren (1996) bw. omgekeerd, veeleer, daarentegen, verre van daar, in tegenstelling ermee (...)
Koenen (1999) bw juist omgekeerd, het tegenovergestelde
Kramers (1998) bijw juist het omgekeerde van wat eerst gezegd was (...)
Correct Taalgebruik (1997), p. 101 drukt een tegenstelling uit, waarbij in de tweede zin geloochend wordt wat in de eerste is gezegd. (...) Integendeel is dus niet bruikbaar in de betekenis van omgekeerd, in het tegenovergestelde geval, daarentegen, waar het Frans eveneens au contraire gebruikt.
Woordenboek correct taalgebruik (1994), p. 139 hij bleef niet, zijn vriend - wel, daarentegen. - WEL: hij wordt niet beter, - !
ABN-gids (1996) (geen vermelding)
Taalwijzer (1998), p. 95, 172 Niet te verwarren met *daarentegen; integendeel betekent: het tegengestelde is waar, juist omgekeerd. [onder daarentegen] Niet te verwarren met *integendeel; daarentegen betekent daartegenover en drukt een absolute, zuivere tegenstelling uit.