Wat is correct: allergisch aan of allergisch voor?
Standaardtaal in het hele taalgebied is in elk geval allergisch voor. Het is niet duidelijk of we allergisch aan al dan niet tot de standaardtaal in België kunnen rekenen.
Het bijvoeglijk naamwoord allergisch wordt in de standaardtaal in het hele taalgebied gecombineerd met het voorzetsel voor.
(1) Sylvianne is allergisch voor pollen, stof, penicilline en nog een heleboel andere zaken.
In België wordt allergisch regelmatig gecombineerd met het voorzetsel aan, ook door standaardtaalsprekers. Toch is er een niet te verwaarlozen groep taalgebruikers die de combinatie afkeurt. Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of allergisch aan tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.
(2) Ik ben allergisch aan zuivelproducten. (in België, status onduidelijk)
Het voorzetsel aan wordt in België ook soms gecombineerd met andere bijvoeglijke naamwoorden die een gevoel uitdrukken zoals (on)gevoelig, onverschillig. Die combinaties zijn geen standaardtaal.
(3) Hij is ongevoelig aan de schoonheid van de muziek. (in België, geen standaardtaal)
(4) Zij bleef onverschillig aan zijn avances. (in België, geen standaardtaal)
In de standaardtaal is in deze gevallen voor gangbaar.
Interesseren (zich – aan / voor)
| allergisch aan | allergisch voor | |
| Grote Van Dale (2005) | - | [bij allergisch] 2 (…) hij is allergisch voor zuivel |
| Van Dale Hedendaags Nederlands (2002) | - | [bij allergisch] allergisch2 voor overgevoelig voor |
| Verschueren (1996) | - | 2. (…) – voor stuifmeel. |
| Koenen (1999) | - | [bij allergisch] 2 (…) sommige mensen zijn ~ voor dons overgevoelig voor, beantwoordend met een ziekelijke reactie |
| Kramers (2000) | - | [bij allergisch] hij is daar ~ voor overgevoelig |
| Woordenboek correct taalgebruik (2004), p. 15 | [bij allergisch, wordt afgekeurd] - aan, voor. | - |
| Taalwijzer (1998), p. 41 | [bij allergisch] voor is correct. | - |
| Stijlboek VRT (2003), p. 25 | [bij allergisch] Algemeen Nederlands is: allergisch voor. | - |
| Voorzetselwijzer (1997), p. 71 | - | [bij allergisch] lijdend aan een allergie, met voor (levend wezen, iets): ik ben allergisch voor mannen |
| Het juiste voorzetsel (1999), p. 23 | - | [bij allergie, allergisch] - voor (bepaalde stoffen, stuifmeel) |