Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Hoofdwerkwoord

Een hoofdwerkwoord (of: zelfstandig werkwoord) is het werkwoord dat de betekeniskern van een werkwoordelijk gezegde vormt. In de tegenwoordige en de verleden tijd wordt het hoofdwerkwoord dikwijls uitgedrukt door de persoonsvorm:

(1) Hij loopt van hot naar her.

Het hoofdwerkwoord kan ook de vorm hebben van een voltooid deelwoord (2 en 4) of een infinitief (3):

(2) Ik heb hem daar niet gezien.

(3) Mijn buurjongen kan goed voetballen.

(4) Het vervallen huis wordt afgebroken.

Zie ook

Deelwoord
Gezegde
Hulpwerkwoord
Infinitief
Kern
Persoonsvorm
Voltooid deelwoord
Werkwoord
Werkwoordstijden