Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Bedrijvende vorm

In een zin in de bedrijvende (of: actieve) vorm is het grammaticale onderwerp gelijk aan de persoon of zaak die de in het gezegde uitgedrukte handeling verricht. Voorbeelden:

(1) Het voltallige gezelschap vertrok naar de kermis.

(2a) Met eenvoudige middelen maakten ze er iets moois van.

Een zin in de bedrijvende vorm met een lijdend voorwerp (zoals (2a)) correspondeert in veel gevallen met een zin in de lijdende vorm. In deze passieve zin is het grammaticale onderwerp gelijk aan het lijdend voorwerp in de actieve zin, waarop de door het gezegde uitgedrukte handeling is gericht:

(2b) Met eenvoudige middelen werd er door hen iets moois van gemaakt.

Zie ook

Hulpwerkwoord
Lijdende vorm
Lijdend voorwerp
Onderwerp