Elk werkwoord heeft bepaalde combinatiemogelijkheden. We zeggen bijvoorbeeld Het vriest (niet: Het vriest koud) en Ik geef een boek aan hem (niet: Ik geef). Die combinatiemogelijkheden noemen we de syntactische valentie van het werkwoord. Een aantal werkwoorden heeft in een zin altijd een lijdend voorwerp bij zich. Die werkwoorden noemen we overgankelijke werkwoorden. Werkwoorden die in een zin geen lijdend voorwerp bij zich kunnen hebben, zijn onovergankelijke werkwoorden.
(1a) Je krijgt een appel. (overgankelijk)
(2a) De boom groeit. (onovergankelijk)
Veel werkwoorden worden ofwel altijd overgankelijk, ofwel altijd onovergankelijk gebruikt. Krijgen heeft bijvoorbeeld altijd een lijdend voorwerp bij zich, maar groeien kan geen lijdend voorwerp bij zich hebben. Een aantal werkwoorden kan zowel overgankelijk als onovergankelijk gebruikt worden naargelang van de betekenis en het onderwerp, bijvoorbeeld breken en smelten.
(1b) Je krijgt. (uitgesloten)
(2b) De boom groeit een appel. (uitgesloten)
(3a) Jonathan breekt het glas. (overgankelijk)
(3b) Het glas breekt. (onovergankelijk)
(4a) Ze smelt de chocolade. (overgankelijk)
(4b) De chocolade smelt. (onovergankelijk)
Er lijkt een toename te zijn van werkwoorden die oorspronkelijk alleen overgankelijk gebruikt werden, maar nu ook onovergankelijk gebruikt worden. Bij de meeste van die werkwoorden is het nieuwe gebruik niet voor alle taalgebruikers aanvaardbaar.
(5a) De nieuwe tentoonstelling opent volgende week. (status onduidelijk)
(6a) Je nagels beschadigen door het harde werk. (status onduidelijk)
(7a) De dienstregeling wijzigt volgende week. (status onduidelijk)
(8a) Die kleuren combineren prachtig! (status onduidelijk)
In verzorgde schrijftaal kunnen dergelijke zinnen beter vermeden worden. We kunnen de zin vaak verbeteren door de zin om te zetten naar een passiefconstructie (met het werkwoord worden) of door het onderwerp tot lijdend voorwerp van de zin te maken. In andere gevallen wordt aangeraden om een omschrijving te gebruiken.
(5b) De nieuwe tentoonstelling wordt volgende week geopend.
(6b) Het harde werk beschadigt je nagels.
(7b) De dienstregeling wordt volgende week gewijzigd.
(8b) Die kleuren vormen een prachtige combinatie.
Missen / ontbreken
Wijzigen, veranderen
De weglating van een lijdend voorwerp bij meerdere oorspronkelijk onovergankelijke werkwoorden is een verandering in de valentie van die werkwoorden. De ontwikkeling houdt wellicht ook verband met een verandering bij verplicht wederkerende werkwoorden (zoals zich verbazen). Sommige daarvan worden ook niet-wederkerend gebruikt.
(9a) Het verbaast dat niemand de oplossing kent. (status onduidelijk)
(9b) Het verbaast me dat niemand de oplossing kent.
Irriteren / ergeren
Uitzaaien / zich uitzaaien
Zich bedenken / bedenken
Zich beseffen / beseffen
ANS (1997), p. 76-77 of online via de E-ANS; Geschiedenis van het Nederlands (1999), p. 143-144; Schrijfwijzer (2005), p. 198-200; Taalwijzer (2000), p. 54