Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Literatuurlijsten (algemeen)

Inleiding
Terminologie
Rangschikking
Alfabetiseren
Algemene opbouw:
          Beschrijving van boeken
          Beschrijving van artikels uit boeken of tijdschriften
          Beschrijving van cd-roms en internetpublicaties

Inleiding

Een literatuurlijst geeft bij een tekst een overzicht van alle bronnen die worden geraadpleegd, geciteerd, geparafraseerd of samengevat. Het opstellen van zo'n literatuurlijst is niet meteen het meest spannende onderdeel van het schrijven. Toch is een goede literatuurlijst belangrijk. Door het opnemen van een literatuurlijst wordt de tekst ondersteund. Een dergelijk overzicht laat zien waar de informatie in een tekst vandaan komt, geeft lezers de kans meer te weten te komen over een onderwerp en stelt hen in staat bepaalde beweringen te controleren. De literatuurlijst draagt met andere woorden bij tot de geloofwaardigheid van een tekst. Wie overigens zonder bronvermelding gegevens uit andere teksten overneemt, kan beschuldigd worden van plagiaat.

Denk daarom al tijdens het schrijven aan de opmaak van de literatuurlijst. Noteer alle gegevens over de publicaties heel nauwkeurig. Dat bespaart heel wat moeite achteraf bij het opstellen van de literatuurlijst.

Voor de opmaak van de titelbeschrijving bestaan verschillende officiële of semiofficiële systemen. Veel instellingen hebben bovendien een eigen stijl ontwikkeld. Voor wie binnen zo'n instelling actief is, is het over het algemeen aan te bevelen die stijl consequent na te volgen. Er zijn ook enkele internationale systemen gangbaar voor wetenschappelijke publicaties, zoals het MLA-systeem (Modern Language Association) voor taal- en literatuurstudies of het gezaghebbende APA-systeem (van de American Psychological Association). Hieronder geven we een aantal adviezen over hoe een goede opmaak eruit kan zien. Zoals de meeste Nederlandstalige adviesboeken volgen we in grote lijnen het APA-systeem. Het staat natuurlijk iedereen vrij een ander systeem toe te passen.


Terminologie

Afhankelijk van de inhoud van het literatuuroverzicht kunnen onder andere de volgende termen gebruikt worden:

Term

Definitie

Literatuuropgave

Literatuurlijst

Literatuur

Bronnen

Algemene aanduidingen voor een literatuuroverzicht.

Bibliografie

Een overzicht van alle (of de voornaamste) publicaties die bij het onderwerp van de tekst aansluiten.

Geraadpleegde literatuur

Een overzicht van alle publicaties die geraadpleegd zijn bij het schrijven van de tekst. De geraadpleegde publicaties worden niet allemaal in de tekst zelf vermeld.

Aangehaalde literatuur

Een overzicht van alle publicaties die in de tekst genoemd worden.


Rangschikking

De literatuurlijst kan op verschillende manieren geordend worden. De meest gebruikelijke literatuurlijst is de alfabetische, maar er kunnen ook redenen zijn om een andere indeling toe te passen.

Type

Werkwijze

Alfabetische literatuurlijst

De publicaties worden alfabetisch gerangschikt op de familienaam van de auteur of (als er geen auteurs vermeld zijn) op de titel van de publicatie.

Deze werkwijze is veruit de meest gebruikelijke en gebruiksvriendelijke.

Chronologische literatuurlijst

De publicaties worden gerangschikt volgens het verschijningsjaar. Dat jaar staat dan ook voorop in de titelbeschrijving.

Deze werkwijze is handig als de ontwikkeling van de publicaties een rol speelt en bijvoorbeeld een ontwikkeling met betrekking tot het onderwerp weerspiegelt.

Genummerde literatuurlijst

De publicaties worden gerangschikt volgens de volgorde waarin ze in de tekst genoemd worden.

Deze werkwijze heeft het nadeel dat lezers die in de literatuurlijst op zoek gaan naar een bepaalde publicatie, niet altijd weten waar die in de tekst wordt besproken.

Gestructureerde literatuurlijst

De publicaties worden per hoofdstuk gerangschikt.

Deze werkwijze is moeilijk voor lezers die niet weten in welk hoofdstuk de publicatie wordt besproken en is nadelig als de publicatie in meerdere hoofdstukken wordt vermeld.

Systematische literatuurlijst

De publicaties worden per onderwerp gerangschikt. Binnen elk onderwerp worden de publicaties alfabetisch of chronologisch gerangschikt. Een dergelijke indeling heeft het voordeel dat lezers alle publicaties over één onderwerp onmiddellijk bij elkaar vinden.

Deze werkwijze is moeilijk voor lezers die niet weten bij welk onderwerp de publicatie hoort.


Alfabetiseren

Bij het alfabetisch rangschikken van een literatuurlijst geldt het volgende:

  • Alfabetiseer op de familienaam van de auteur. De familienaam komt voorop om het alfabetiseren te vergemakkelijken.

    Voorbeeld: Goossens, S.
  • Zet na de familienaam een komma, gevolgd door (de initialen van) de voornamen. Voor familienamen die samengesteld zijn met onder andere De, Van, Van De(n, r), 't, in 't, uit den zijn er twee mogelijkheden. Er kan gealfabetiseerd worden op de volledige familienaam of op het hoofdwoord, waarbij de voorvoegsels na de voornaam komen. In dat tweede geval vervallen eventuele hoofdletters van de voorvoegsels. In België wordt in de regel gealfabetiseerd op de volledige familienaam, in Nederland op het hoofdwoord (zie ook: Persoonsnamen (Leidraad 16.2)).

    Voorbeeld: Coster, Sara de (in Nederland)
    De Coster, S. (in België)
  • Volg aan het eind van een naam het principe 'niets gaat voor iets'.

    Voorbeeld: Baeten, V. staat voor Baetens, F., ook al komt de s van Baetens voor de initiaal V.
  • Als alleen of vooral de titel van de publicatie bekend is, rangschik de publicatie dan alfabetisch op de titel.

    Voorbeeld: Reinaert de Vos: Episch fabelgedicht van de twaelfde en dertiende eeuw. Met aenmerkingen en ophelderingen van J.F. Willems.

Algemene opbouw

De literatuurbeschrijving bevat een aantal essentiële elementen. Naast de auteur(s) van een werk moeten ook het jaar van verschijnen (en eventueel de druk), de titel, de plaats van uitgave en de uitgever in de beschrijving worden opgenomen. De volgorde waarin die elementen aan bod komen en de opmaak van de literatuurbeschrijving verschillen deels volgens het systeem. Welke volgorde en opmaak u ook kiest, het is vooral van belang dat alle elementen terug te vinden zijn en dat het gekozen systeem consequent wordt toegepast.


Beschrijving van boeken

Enkele voorbeelden van hoe de beschrijving van een boek in een literatuurlijst er kan uitzien:

Gielen, D. (2002). Mijn leven als vrijgezel: Tien uitputtende jaren (4e dr.). Leuven: Acco.

De Schepper, S.G. (2005). De vrouw die haar haar niet kort liet knippen. Utrecht: Het Spectrum. (in België)

Schepper, S.G. de (2005). De vrouw die haar haar niet kort liet knippen. Utrecht: Het Spectrum. (in Nederland)

Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997). W. Haeseryn et al. (Red.). Groningen: Martinus Nijhoff.


1 Auteur(s)

  • Begin met de familienaam, gevolgd door een komma en (de initialen van) de voornaam. Zet geen spatie tussen meerdere initialen en let erop dat u de initialen overneemt van de publicatie zelf, ook al staan er minder of meer initialen op andere publicaties. Vermeld geen academische of wetenschappelijke titels zoals prof. of ir.

  • Zet tussen meerdere auteursnamen een komma en voor de laatste auteur het teken '&', zonder komma ervoor. Als er meer dan drie auteurs zijn, vermeldt u alleen de eerste naam, gevolgd door een spatie en e.a. (en anderen) of et al. (van de Latijnse uitdrukking et alii).

  • Voorbeeld: Laeremans, A. & Lowet, A. […]
    Laeremans, A., Lowet, A. & Veraghtert, N. […]
    Bosmans, An e.a. of Bosmans, An et al. […]
  • Als een auteur ook de eerste coauteur van een andere publicatie is, plaatst u de publicatie met de meeste auteurs achteraan. Als een auteur ook de eerste coauteur is van een aantal andere publicaties met een gelijk aantal coauteurs, rangschikt u de publicaties alfabetisch op de tweede auteursnaam.

  • Voorbeeld: Croon, S. […]
    Croon, S. & De Bock, J. […]
    Croon, S. & Verhoeven, A. […]
    Croon, S., De Bock, J. & Verhoeven, A. […]
  • Als alleen de titel van de publicatie bekend is, rangschikt u de publicatie alfabetisch op titel. Ook bij zeer bekende titels rangschikt u alfabetisch op titel. De auteursnaam volgt op het jaartal. U plaatst dan de familienaam na de initialen.

  • Voorbeeld: Die waerachige ende een seer wonderlijcke historie van Mariken van Nieumeghen die meer dan seven iaren metten duvel woende ende verkeerde (1924). Brussel: De Standaard.
  • Schrijf bij een redactie achter de (laatste) naam (Red.) tussen haakjes. Voor Franstalige en Engelstalige publicaties schrijft u (Ed.) in het enkelvoud en (Eds.) voor meerdere redacteurs. Voor Duitstalige publicaties schrijft u (Hrsg.). Daarna plaatst u een punt.

  • Voorbeeld: Creten, P.J. (Red.). (2000). Van vader op zoon: Nieuwe inzichten in de erfelijkheidsleer. Amsterdam: Medicom.

2 Jaartal en druk

Houd bij de vermelding van het jaartal en de eventuele druk rekening met de volgende adviezen:

  • Na de auteursnaam en een spatie volgt het jaartal tussen haakjes en dan een punt. Bij alfabetisering op titel volgt het jaartal op de titel.

  • Zet bij meerdere publicaties van dezelfde auteur de publicaties in chronologische volgorde. Zet bij meerdere publicaties van dezelfde auteur in hetzelfde jaar de titels in alfabetische volgorde. Het jaartal krijgt een volgletter.

  • Voorbeeld: Maesen, K. (2000). Kristien gaat naar school. […]
    Maesen, K. (2004). Zuiver zingen. […]
    Maesen, K. (2005a). Hoge bomen en winderigheid. […]
    Maesen, K. (2005b). Wandelen in de Amsterdamse binnenstad. […]
  • Schrijf (z.j.) (zonder jaartal), (s.a.) (sine anno) of (s.d.) (sine dato) wanneer er geen jaartal bekend is. Schrijf (te verschijnen), (ongepubliceerd), (in druk) of (manuscript) als de tekst (nog) niet gepubliceerd is.

  • Als een werk uit diverse delen bestaat die in verschillende jaren gepubliceerd werden, geeft u alleen het eerste en het laatste jaartal op, met een liggend streepje ertussen. Als een werk nog niet voltooid is, kunt u na de begindatum een liggend streepje plaatsen.

  • Voorbeeld: Vandeput, K. (2003-2005). Verdedigingstechnieken uit de gevechtssport. […]
    Beyens, S. (1995-). De kindertijd in het oude Griekenland. […]
  • De druk kunt u na de titel en een spatie plaatsen. Schrijf de druk tussen haakjes in de vorm van een cijfer gevolgd door de afkorting dr.: (4e dr.) of (4de dr.). Na de haakjes volgt een punt. Schrijf in Engelstalige publicaties 1st, 2nd, 3rd, 4th ed. enzovoort. U kunt de herdruk ook bij het jaartal plaatsen. Zet de herdruk dan in superscript direct achter het jaartal (19994) of in woorden na het jaartal, gevolgd door een komma (1999, vierde druk).

  • Voorbeeld: Spillebeen, K. (1966). Ik, Spillie (2e dr.). […]
    of: Spillebeen, K. (19662). Ik, Spillie. […]
    of: Spillebeen, K. (1966, tweede druk). Ik, Spillie. […]

3 Titel

Houd bij de vermelding van de titel rekening met de volgende adviezen:

  • Neem de titel van het titelblad over, in de taal waarin hij daar voorkomt.

  • Cursiveer de titel en de eventuele ondertitel en plaats daarna een punt. Neem de leestekens die in de titel staan over. Als er tussen de titel en de ondertitel geen leesteken staat, schrijf dan een dubbele punt.

  • Gebruik alleen een hoofdletter bij het eerste woord van de titel en bij eigennamen. Ook de ondertitel krijgt een hoofdletter. Behoud in Duitstalige titels de hoofdletters van de zelfstandige naamwoorden. In Engelstalige publicaties schrijft u in principe hoofdletters in alle inhoudswoorden (zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, werkwoorden en telwoorden). U kunt in het laatste geval echter ook de Nederlandse regels voor hoofdlettergebruik hanteren en dus alleen hoofdletters schrijven bij het eerste woord van de titel en bij eigennamen.

  • Bij een bundeling van bijdragen aan een congres plaatst u de informatie over het congres na de titel. Gegevens zoals de titel van het congres, de datum en de plaats worden niet als ondertitel beschouwd en worden niet gecursiveerd.

  • Voorbeeld: Boon, L.P., Claus, H. & Mulisch, H. (1977). Praktisch nut van schrijftherapie. Bijdragen over psychologie en psychiatrie gepresenteerd op het PPS-congres van december 1979 aan de K.U.Leuven. Leuven: Acco.
  • Bij vertalingen schrijft u na de vertaalde titel tussen haakjes: Vertaald door: naam van de vertaler, waarbij de (initialen van de) voornaam voor de familienaam staan. U kunt ook helemaal achteraan tussen haakjes de originele titel en de beschikbare gegevens over jaar van verschijnen, plaats en uitgever schrijven. Is de vertaler niet bekend, schrijf dan Vertaling van: voor de originele titel.

  • Voorbeeld: Sarkozy, N. (2005). Rellen (Vertaald door: M. Lambert). Groningen: Nijhoff (Bagarre, 2000).
  • Schrijf een serie- of een deelaanduiding cursief na de titel en voor de ondertitel. Bij een deelaanduiding schrijft u eerst nog een dubbele punt na de titel, bijvoorbeeld titel: Dl. 5. Als u naar meerdere delen wilt verwijzen, noemt u alle titels van de delen op, met daartussen een puntkomma. De verschijningsjaren schrijft u op de plaats van het jaartal, na de auteursnaam. Als een werk uit verschillende delen bestaat maar slechts een algemene titel heeft, kunt u na de titel het aantal delen weergeven: Titel: 2 Dl.

  • Voorbeeld: Verschueren, M. (2005). Nederlagen in de Champions League: Dl. 10. Liverpool-Anderlecht. […]
    Verschueren, M. (2004, 2005). Nederlagen in de Champions League: Dl. 9. Anderlecht-Betis Sevilla; Dl. 10. Liverpool-Anderlecht. […]
  • Het aantal pagina's wordt meestal niet vermeld. U kunt eventueel het aantal pagina's van het boek opnemen tussen haakjes na de titel, gevolgd door de afkorting p. (één pagina), pp.(meerdere pagina's) of blz. Als er Romeinse cijfers worden gebruikt voor bijvoorbeeld het voorwoord, dan neemt u ze ook afzonderlijk op: VI + 511 pp.

4 Plaats en uitgever

Houd bij de vermelding van de plaats en de uitgever rekening met de volgende adviezen:

  • Schrijf tussen de plaats en de uitgever een dubbele punt en na de uitgever een punt. Geef de naam weer zonder toevoegingen zoals bv., en Zoon, Uitgeverij.

  • Vermeld alleen de eerste uitgever die in een publicatie vermeld wordt.

  • Als een uitgever op twee plaatsen vestigingen heeft, vermeld dan alleen de eerste plaats. Schrijf z.pl. (zonder plaats) of s.l. (sine loco) als de plaats onbekend is.

  • Als er geen uitgever is, zoals bij een syllabus, vermeld dan de naam van de organisatie waar de publicatie vandaan komt of laat de uitgever weg. Bij een particuliere uitgave schrijft u in eigen beheer.

  • Neem de in de publicatie gebruikte spelling van de plaatsnaam over, bijvoorbeeld London of Firenze.



Beschrijving van artikelen uit boeken of tijdschriften

De beschrijving van een artikel uit een boek kan er als volgt uitzien:

Van Calster, S. (2005). Werken aan een relatie. In M. Vandeghinste (Red.), Jonge vrouwen en hun liefdesleven (pp. 22-45). Leuven: Acco.

Portnoy, E. (1992). Heeft het Nederlands nog toekomst? In Het Nederlands na 1992: teksten van lezingen, gehouden op het gelijknamige congres, op 21 en 22 november 1991 georganiseerd door de Landelijke Vereniging van Neerlandici in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (pp. 67-76). Amsterdam: LVVN.

De beschrijving van een artikel uit een tijdschrift kan er als volgt uitzien:

Claeys, T., Swinkels, J. & Van Baelen, J. (1999). Studeren in de vakantie. Werk en Leven, 14, nr. 6, 22-45.


1 Auteur(s)

Houd bij de vermelding van de auteur(s) rekening met de volgende adviezen:

  • Begin met de familienaam gevolgd door een komma en (de initialen van) de voornaam. Zet eventueel een spatie tussen meerdere initialen en let erop dat u de initialen overneemt van de publicatie zelf, ook al staan er minder of meer initialen op andere publicaties. Vermeld geen academische titels zoals prof. of ir.

  • Zet tussen meerdere auteursnamen een komma en voor de laatste auteur het teken '&', zonder komma ervoor. Als er meer dan drie auteurs zijn, vermeldt u alleen de eerste naam gevolgd door een spatie en e.a. (en anderen) of et al. (van de Latijnse uitdrukking et alii).

  • Als een auteur ook eerste coauteur van een andere publicatie is, plaatst u de publicatie met de meeste auteurs achteraan. Als een auteur ook eerste coauteur is van een aantal andere publicaties met een gelijk aantal coauteurs, rangschikt u de publicaties alfabetisch op de tweede auteursnaam.

  • Als alleen of vooral de titel van de publicatie bekend is, rangschikt u de publicatie alfabetisch op titel. De auteursnaam of de afdeling die voor de uitgave verantwoordelijk is, volgt op het jaartal. U plaatst dan de familienaam na de voorletters. Dat geldt ook voor een algemene verwijzing naar een tijdschrift. Na de naam van het tijdschrift kan eventueel de vermelding '(tijdschrift)' komen, in romein.

  • Voorbeeld: Over Taal (tijdschrift). Kortrijk-Heule: UGA.
  • Bij een artikel uit een boek volgt de naam van de redacteur op de titel van het artikel. De redacteursnaam staat dus niet helemaal vooraan. U schrijft dan eerst de voorletters van de redacteur en dan de familienaam.

  • Voorbeeld: Ruette, A. (2004). Neuzen in de rosse buurt. In D. Caluwé (Red.), Steden en hun geheimen (pp. 45-96). Tielt: Lannoo.
  • Schrijf bij een redactie achter de (laatste) naam (Red.) tussen haakjes. Voor Franstalige en Engelstalige publicaties schrijft u (Ed.) in het enkelvoud en (Eds.) voor meerdere redacteurs. Voor Duitstalige publicaties schrijft u (Hrsg.). Daarna plaatst u een komma.

  • Voorbeeld: Vandueren, S. & Verreycken, V. (2006). Van negen tot vijf. In T. Peeters & O. Van Hamme (Red.), De carrièrejager (pp. 4-5). Antwerpen: Maklu.

2 Jaartal en druk

Houd bij de vermelding van het jaartal en de eventuele druk rekening met de volgende adviezen:

  • Na de auteursnaam en een spatie volgt het jaartal tussen haakjes en dan een punt. Bij alfabetisering op de titel volgt het jaartal op de titel.

  • Zet bij meerdere publicaties van dezelfde auteur de publicaties in chronologische volgorde. Zet bij meerdere publicaties van dezelfde auteur in hetzelfde jaar de titels in alfabetische volgorde. Het jaartal krijgt een volgletter.

  • Schrijf (z.j.) (zonder jaartal), (s.a.) (sine anno) of (s.d.) (sine dato) wanneer er geen jaartal bekend is. Schrijf (te verschijnen), (ongepubliceerd), (in druk) of (manuscript) als de tekst (nog) niet gepubliceerd is.

  • De druk kunt u na de titel en een spatie plaatsen. Schrijf de druk tussen haakjes in de vorm van een cijfer gevolgd door de afkorting dr. Na de haakjes volgt een punt. Schrijf in Engelstalige publicaties 1st, 2nd, 3rd, 4th ed. enzovoort. U kunt ook de druk bij het jaartal plaatsen. Zet de druk dan in superscript direct achter het jaartal of in woorden na het jaartal, gevolgd door een komma.

  • Schrijf bij een artikel uit een dag- of weekblad na het jaartal ook nog de dag en de maand van verschijnen. Zet tussen het jaartal en de dag van verschijnen een komma.

  • Voorbeeld: Justaert, M. (2003, 2 december). Volksheld viert 22e verjaardag. De Morgen.

3 Titel

Houd bij de vermelding van de titel rekening met de volgende adviezen:

  • De titel en de eventuele ondertitel van het artikel worden niet gecursiveerd. Neem de leestekens die in de titel staan over. Als er tussen de titel en de ondertitel geen leesteken staat, schrijf dan een dubbele punt.

  • Gebruik alleen een hoofdletter bij het eerste woord van de titel en bij eigennamen. Ook de ondertitel krijgt een hoofdletter. Behoud in Duitstalige titels de hoofdletters van de zelfstandige naamwoorden. In Engelstalige publicaties schrijft u in principe hoofdletters in alle inhoudswoorden (zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, bijwoorden, werkwoorden en telwoorden). U kunt echter de Nederlandse regels voor hoofdlettergebruik hanteren en dus alleen hoofdletters schrijven bij het eerste woord van de titel en bij eigennamen.

  • Schrijf na de titel van een artikel uit een boek het woord In, dan de naam of namen van de redacteur(s), gevolgd door een komma. Na de cursieve titel van het boek schrijft u tussen haakjes pp. gevolgd door de paginanummers en een punt.

  • Voorbeeld: Meers, S. (2000). Limburger ontdekt de wereld: Belevenissen van een ontdekkingsreiziger. In S. Goossens (Red.), Minderheden met een hobby (pp. 7-21). Amsterdam: Atlas.
  • Schrijf na de titel van een artikel uit een tijdschrift de naam van het tijdschrift cursief gevolgd door een komma en het cursieve nummer van de jaargang. Na een komma vermeldt u, niet gecursiveerd, de paginanummers. Eindig met een punt. Als het tijdschrift per nummer is gepagineerd, vermeldt u het tijdschriftnummer cursief na de jaargang.

  • Voorbeeld: Claeys, T., Swinkels, J. & Van Baelen, J. (1999). Studeren in de vakantie. Werk en Leven, 14, nr. 6, 22-45.

4 Plaats en uitgever

Houd bij de vermelding van de plaats en de uitgever rekening met de volgende adviezen:

  • Schrijf bij een artikel uit een boek tussen de plaats en de uitgever een dubbele punt en na de uitgever een punt. Geef de naam weer zonder toevoegingen zoals bv., en Zoon, Uitgeverij. Bij een artikel uit een tijdschrift worden de plaats en de uitgever niet vermeld.

  • Als het boek waaruit een artikel komt geen uitgever heeft, zoals bij een syllabus, vermeld dan de naam van de organisatie waar de publicatie vandaan komt of laat de uitgever weg. Bij een particuliere uitgave schrijft u in eigen beheer.

  • Als een uitgever op twee plaatsen vestigingen heeft, vermeld dan alleen de eerste plaats. Schrijf z.pl. (zonder plaats) of s.l. (sine loco) als de plaats onbekend is.

  • Neem de in de publicatie gebruikte spelling van de plaatsnaam over, bijvoorbeeld London of Firenze.

Beschrijving van cd-roms en internetpublicaties

De beschrijving van een cd-rom kan er als volgt uitzien:

Software Nederlandse Spelling (2003). J. De Schryver. Mechelen: Wolters Plantyn (cd-rom).

Enkele voorbeelden van hoe de beschrijving van een internetpublicatie er kan uitzien:

Zijlmans, M. & Salemans, B. (2005). De cursus Nederlands die iedereen wil volgen. Geraadpleegd op 28 oktober 2005 via http://taalschrift.org/reportage/000907.html.

Hendrickx, R. (2002). Allen op (het) I/internet. Geraadpleegd op 28 oktober 2005 via http://vrttaal.net/taaldatabanken_master/juist/020620.shtml.

I Like a Tikkenaaike in the Meurning (2000). Geraadpleegd op 3 maart 2002 via http://www.kippenhokje.nl.

Haeseryn, W. (bijdrage over nachtelijk vissen). Geraadpleegd op 22 december 2004 via http://www.walterenwater.be.

Gunst, P. de (2006). Veiliger door kleur. Natuur en Techniek. Geraadpleegd op 26 mei 2006 via http://www.natutech.nl.

Claeys, T., Swinkels, J. & Van Baelen, J. (1999). Studeren in de vakantie. Werk en Leven, 14, nr. 6. Geraadpleegd op 8 september 2001 via http://www.werkenleven.be/studerenindevakantie.


1 Cd-roms

Een cd-rom kunt u zowel op titel als op auteur alfabetiseren, afhankelijk van de bekendheid van de titel of de auteur. U kunt voor de rest de regels voor het beschrijven van een boek toepassen. Het jaar van publicatie komt op de tweede plaats (na de titel of de auteur of samensteller). Helemaal achteraan in de beschrijving zet u tussen haakjes dat het om een cd-rom gaat.


2 Internetpublicaties

Ook een internetpublicatie behandelt u als de beschrijving van een boek. U vermeldt eerst de auteur(s), vervolgens het jaartal van verschijnen, gevolgd door een punt. Dan volgt cursief de titel van de publicatie. Als de auteur onbekend is, gaat de titel voorop. Als de publicatie geen titel heeft, kunt u een omschrijving van de inhoud tussen haakjes toevoegen. Daarna vermeldt u wanneer u de website geraadpleegd hebt. Dat kan van belang zijn omdat publicaties op het internet vaak van inhoud veranderen of slechts een beperkte tijd beschikbaar zijn. Ten slotte voegt u ook het volledige internetadres toe.

Voor de beschrijving van een online geraadpleegd artikel volgt u de regels voor de beschrijving van een artikel in een tijdschrift. U vermeldt ook wanneer u de website geraadpleegd hebt en voegt het volledige internetadres toe.


Bronnen

Richtlijnen voor bibliografische verwijzing. Geraadpleegd op 20 mei 2015 via https://www.arts.kuleuven.be/home/studentenportaal/leuven/bestanden_studentenportaal/bibliografierichtlijnen-1-kw.pdf.

Naslagwerken

Jansen, C., Steehouder, M. & Gijsen, M. (Red.). (2004). Professioneel communiceren: Taal- en communicatiegids. Groningen: Martinus Nijhoff.

Nederhoed, P. (2004). Helder rapporteren: Een handleiding voor het opzetten en schrijven van rapporten, scripties, nota's en artikelen. (8e dr.). Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.

Renkema, J. (2005). Schrijfwijzer (4e dr.). Den Haag: Sdu.