Bestaat het onderwerp van een zin uit twee nevengeschikte leden met en, dan kan de persoonsvorm in het meervoud of in het enkelvoud komen te staan.
Meestal staat de persoonsvorm in het meervoud. Voorbeelden:
(1) Er zijn een man en een vrouw aan de deur geweest.
(2) Met de X-verzekering zijn uw huis en inboedel verzekerd.
Een persoonsvorm in het enkelvoud benadrukt dat het onderwerp als één geheel of één groep beschouwd wordt. Voorbeelden:
(3) Op de voorzijde is uw naam en het daaraan gekoppelde kaartnummer vermeld.
(4) Aanleg en onderhoud van de tuin komt voor rekening van de huurder.
Burgemeester en wethouders (B en W) heeft / hebben besloten
ANS (1997) , p. 1139-1150, 1465-1467; Taalboek Nederlands (1997) , p. 244-245