Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Congruentieproblemen met een als onderwerp gevoeld meewerkend voorwerp (algemeen)

In zinnen in de lijdende vorm waarin een werkwoord voorkomt dat gewoonlijk een meewerkend voorwerp bij zich krijgt, zoals verzoeken, vragen, aanraden, adviseren enzovoort, bestaat soms onduidelijkheid over het getal van de persoonsvorm. Taalgebruikers vragen zich bijvoorbeeld af of het moet zijn Reizigers voor de richting Den Helder worden verzocht in Utrecht over te stappen of Reizigers voor de richting Den Helder wordt verzocht in Utrecht over te stappen.

Vergelijken we zinnen in de lijdende vorm met hun pendanten in de bedrijvende vorm, dan geldt in het algemeen: wat in een zin in de bedrijvende vorm lijdend voorwerp is, is in een overeenkomstige zin in de lijdende vorm onderwerp; wat meewerkend voorwerp is, blijft in principe meewerkend voorwerp. Vergelijk:

(1a) We hebben het bericht gisteren per e-mail verstuurd. (zin in de bedrijvende vorm: het bericht is lijdend voorwerp)

(1b) Het bericht is gisteren (door ons) per e-mail verstuurd. (zin in de lijdende vorm: het bericht is onderwerp)

(2a) Na afloop van de vergadering overhandigde de voorzitter de vertrekkende bestuursleden een fles wijn. (zin in de bedrijvende vorm: de vertrekkende bestuursleden (=aan de vertrekkende bestuursleden) is meewerkend voorwerp, een fles wijn is lijdend voorwerp)

(2b) Na afloop van de vergadering werd de vertrekkende bestuursleden (door de voorzitter) een fles wijn overhandigd. (zin in de lijdende vorm: de vertrekkende bestuursleden (=aan de vertrekkende bestuursleden) is meewerkend voorwerp, een fles wijn is onderwerp)

Aangezien het onderwerp in zin (2b) enkelvoud is, krijgt ook het vervoegde werkwoord (werd) de enkelvoudsvorm. Behalve bij vergissing zal men hier niet het meervoud werden gebruiken.

Bij zinnen met werkwoorden zoals verzoeken, vragen, aanraden, adviseren enzovoort doet zich een complicatie voor, met name in die gevallen waarin de zin een beknopte bijzin als deel heeft. Vergelijk:

(3a) De conducteur verzocht de reizigers alleen in het voorste treinstel plaats te nemen. (zin in de bedrijvende vorm: de beknopte bijzin (gecursiveerd) is lijdend voorwerp, de reizigers (=aan de reizigers) is meewerkend voorwerp)

(3b) De reizigers werd (door de conducteur) verzocht alleen in het voorste treinstel plaats te nemen. (zin in de lijdende vorm: de beknopte bijzin is onderwerp, de reizigers (=aan de reizigers) is meewerkend voorwerp)

(3c) De reizigers werden (door de conducteur) verzocht alleen in het voorste treinstel plaats te nemen. (zin in de lijdende vorm: de beknopte bijzin is lijdend voorwerp, de reizigers is onderwerp)

Alleen zin (3b), met de enkelvoudige persoonsvorm werd, is in overeenstemming met de hiervoor gegeven regel voor de correspondentie tussen zinnen in de bedrijvende en zinnen in de lijdende vorm. Constructies zoals (3c), met een persoonsvorm in het meervoud (werden), komen evenwel frequent voor. Voor het taalgevoel van heel wat taalgebruikers fungeert kennelijk niet de beknopte bijzin, maar het zelfstandig naamwoord of de zelfstandignaamwoordgroep van de hoofdzin (in dit geval de reizigers) als onderwerp.

Vergelijkbare voorbeelden zijn:

(4a) We raden de weggebruikers aan de snelweg bij de eerstvolgende afrit te verlaten.

(4b) De weggebruikers wordt aangeraden de snelweg bij de eerstvolgende afrit te verlaten.

(4c) De weggebruikers worden aangeraden de snelweg bij de eerstvolgende afrit te verlaten.

(5a) De politie vroeg de vreemdelingen zich te legitimeren.

(5b) De vreemdelingen werd gevraagd zich te legitimeren.

(5c) De vreemdelingen werden gevraagd zich te legitimeren.

Verzocht (reizigers worden / wordt -)

Eenzelfde soort variatie doet zich voor bij sommige zinnen met een werkwoordelijke uitdrukking zoals de bodem inslaan, de mond snoeren, de loef afsteken, de mantel uitvegen, de deur wijzen, de raad geven, waarbij eveneens een meewerkend voorwerp voorkomt. In dergelijke gevallen wordt de bodem, de mond enzovoort niet als een echt lijdend voorwerp gevoeld, met als gevolg dat ook hier in de overeenkomstige zin in de lijdende vorm het zinsdeel dat eigenlijk meewerkend voorwerp is, als onderwerp gaat dienen. Vergelijk weer:

(6a) Dat sloeg onze hoopvolle verwachtingen meteen de bodem in.

(6b) Onze hoopvolle verwachtingen werd daardoor meteen de bodem ingeslagen.

(6c) Onze hoopvolle verwachtingen werden daardoor meteen de bodem ingeslagen.

(7a) Hij wees de bezoekers andermaal bars de deur.

(7b) De bezoekers werd andermaal bars de deur gewezen (door hem).

(7c) De bezoekers werden andermaal bars de deur gewezen (door hem).

De meningen over de aanvaardbaarheid van varianten zoals de (c)-zinnen in vergelijking met de (b)-zinnen zijn verdeeld. Sommige taaladviseurs en naslagwerken erkennen beide varianten zonder meer, andere geven althans voor schriftelijk taalgebruik de voorkeur aan de variant met een enkelvoudige werkwoordsvorm. Daarbij wordt soms aangestipt dat deze variant wel vaak nogal stijf of formeel aandoet. Slechts een enkeling noemt de variant met een meervoudsvorm nog ronduit fout.

Ik pas deze schoenen niet / deze schoenen passen mij niet

Naslagwerken