Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Officiële benamingen, vaktermen en afkortingen: invoering en samenstelling (algemeen)

De invoering van nieuwe officiële benamingen en vaktermen
De invoering van nieuwe afkortingen
De samenstelling van nieuwe afkortingen
Afkortingen met letteruitspraak
Afkortingen met woorduitspraak
Afkortingen met meer dan één letter per woord
Afkortingen met reeksvorming


De invoering van nieuwe officiële benamingen en vaktermen Top

Besteed bij de naamgeving van instellingen, instanties en vaktermen altijd grote aandacht aan de kwaliteit van de volledige benaming, voordat u overweegt een nieuwe afkorting samen te stellen. Houd bij de invoering van nieuwe benamingen rekening met de volgende adviezen:

  • Ga altijd uit van het zuinigheidsprincipe. Zoek voor één begrip zo veel mogelijk naar één benaming en niet naar een combinatie van benamingen. Een korte, doorzichtige naam die meteen ook als roep- of citeernaam bruikbaar is, is beter dan een lange benaming in combinatie met een korte naam of een afkorting.

  • Gebruik zo weinig mogelijk woorden om de nieuwe benaming samen te stellen.

  • Controleer of de benaming als geheel correspondeert met het nieuwe begrip.

  • Controleer of elk woord uit de benaming precies en eenduidig uitdrukt wat u wilt zeggen. Vermijd woorden die op meer dan één manier geïnterpreteerd kunnen worden.

  • Controleer of de benaming niet tot verwarring leidt met reeds bestaande benamingen waarin dezelfde woorden voorkomen.

  • Als u naast de volledige benaming ook een verkorte naam voor dagelijks gebruik vormt, leg die dan bij voorkeur ook vast in officiële documenten.


  • De invoering van nieuwe afkortingen Top

    Veel nieuwe benamingen zijn bruikbaar zonder afkorting. Voer alleen een nieuwe afkorting in als aan de drie volgende voorwaarden is voldaan:

  • De nieuwe benaming bevat veel woorden en is daardoor te lang voor dagelijks gebruik. De volledige naam telkens voluit formuleren is te omslachtig.

  • De nieuwe benaming zal langdurig gebruikt worden.

  • U kunt naast de nieuwe benaming geen korte naam vormen die doorzichtig en zinvol genoeg is als roep- of citeernaam voor dagelijks gebruik.

  • Houd er ook rekening mee dat u niet zomaar nieuwe afkortingen kunt invoeren. U moet vanuit uw functie de bevoegdheid of de opdracht hebben om een nieuwe naam te geven aan een organisatie of een instantie, of om een nieuwe term te bedenken voor een bepaald begrip.


    De samenstelling van nieuwe afkortingen Top

    Houd bij de samenstelling van nieuwe afkortingen voor officiële benamingen en vaktermen rekening met de volgende algemene adviezen:

  • Ga zo veel mogelijk uit van het principe: elk betekenisvol woord uit de volledige naam krijgt één letter in de afkorting. Bijvoorbeeld: ANS voor Algemene Nederlandse Spraakkunst, FWO voor Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, VBO voor Verbond van Belgische Ondernemingen. Minder betekenisdragende woorden kunt u eventueel uit de afkorting weglaten. Bijvoorbeeld: TNO voor Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek, NWO voor Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek.

  • Vorm een afkorting die zo weinig mogelijk lijkt op bestaande afkortingen (uit dezelfde gebruikssfeer of in dezelfde organisatie). Voorbeeld: de afkorting IBO zorgt in België voor onduidelijkheid, omdat het zowel voor individuele beroepsopleiding als voor initiatief voor buitenschoolse opvang staat. Duidelijk herkenbare afkortingen zijn gemakkelijker te onthouden en leiden minder tot verwarring (over bijvoorbeeld de volgorde van de letters).

  • Als u niet tot een bevredigende oplossing komt, kunt u besluiten de naamgeving zo aan te passen dat u een geschiktere afkorting kunt vormen. Houd daarbij wel in het oog dat de benaming als geheel blijft corresponderen met het nieuwe begrip.


  • Afkortingen met letteruitspraak Top

    Houd bij de samenstelling van een afkorting met letteruitspraak rekening met de volgende adviezen:

  • Maak geen afkortingen met letteruitspraak van meer dan vijf letters. Die zijn moeilijk te onthouden en lastig in het gebruik, net zoals de lange benamingen zelf. Niet na te volgen voorbeelden zijn: CDGEFID voor Centrale Dienst voor de Bestrijding van de Georganiseerde Economische en Financiële Delinquentie.

  • Let op bij afkortingen die zowel tot letteruitspraak als tot woorduitspraak aanleiding kunnen geven. Dat zijn afkortingen waarbij klinkers en medeklinkers gecombineerd worden zoals in gewone Nederlandse woorden. Bijvoorbeeld: VEN, BOB en BOA. Bij een nieuwe afkorting kan er in zulke gevallen (blijvende) onduidelijkheid zijn over de uitspraak.


  • Afkortingen met woorduitspraak Top

    Houd bij de samenstelling van een afkorting met woorduitspraak rekening met de volgende adviezen:

  • Maak geen afkortingen met woorduitspraak van meer dan tien letters. Lange afkortingen zijn moeilijker te onthouden en de lange benamingen waarvan ze zijn afgeleid, zijn ook moeilijker te reconstrueren.

  • Let op bij afkortingen die zowel tot woorduitspraak als tot letteruitspraak aanleiding kunnen geven. Zie 'Afkortingen met letteruitspraak'.

  • Let op bij afkortingen met woorduitspraak die betekenis dragen als gewoon Nederlands woord of die ook als eigennaam bestaan. Voorbeelden: Ploeg, Leer, PIP, PEP, Costa, WIS. Het kan gebeuren dat zulke afkortingen niet meer als afkorting herkenbaar zijn of aanleiding geven tot ongewenste of ongewilde betekenisassociaties.

  • Vorm alleen betekenisdragende afkortingen met woorduitspraak als er een sprekend inhoudelijk verband is tussen het letterwoord en de volledige benaming. Bijvoorbeeld: BIS voor Begeleid Individueel Studeren legt een inhoudelijk verband tussen het woord bis ('herhaling, tweede kans') en deze onderwijsvorm in Vlaanderen waarmee volwassenen door zelfstudie een getuigschrift secundair onderwijs kunnen halen; Costa voor Conferentie voor de Staatshervorming legt geen inhoudelijk verband met de volledige naam en is daardoor minder goed gekozen.

  • Let op bij benamingen waarbij u eerst een inhoudelijk betekenisvolle afkorting vormt en daarna de volledige benaming. Zulke benamingen zijn vaak gezocht en daardoor minder doorzichtig. Bijvoorbeeld: VELO voor Veilig en Ecologisch in Leuven op de Fiets.


  • Afkortingen met meer dan één letter per woord Top

    Wijk eventueel af van het principe dat elk betekenisvol woord uit de volledige benaming één letter in de afkorting krijgt. Een woord kan meer dan één letter in de afkorting krijgen als het deel een betekenisdragende rol in de afkorting of in vergelijkbare afkortingen speelt. Bijvoorbeeld: VL in Vlor (Vlaamse Onderwijsraad) en VLIR (Vlaamse Interuniversitaire Raad), ST in Ster (Stichting ether reclame).


    Afkortingen met reeksvorming Top

    Houd bij een reeks verwante afkortingen rekening met de thematische samenhang. Gebruik eventueel letters die in elke afkorting volgens hetzelfde patroon terugkeren. Bijvoorbeeld: so in aso, tso, bso (algemeen/technisch/beroeps secundair onderwijs ); bo in mbo, vmbo, hbo (middelbaar/voorbereidend middelbaar/hoger beroepsonderwijs).


    Afkortingen: spelling (algemeen)
    Afkortingen: gebruik (algemeen)
    Woorden die niet in de Woordenlijst of in een woordenboek staan (algemeen)

    Naslagwerken

    Afkortingenlijst (1989); Afkortingen parlementair gebruik (1985); Betr.: afko's (2001); Handboek Verzorgd Nederlands (1999), p. 147-150; Kortaf (1989); Prisma afkortingen (1983); Schrijfwijzer (2002), p. 92-93; p. 274-275, p. 375-377; Spellingwijzer Onze Taal (2002), p. 110-113; Taalbaak, 102; Taalboek Nederlands (1997), p. 360-361, p. 373; Taalwijzer voor de overheid (2000), p. 47-56; Vraagbaak Nederlands (2001), p. 54-61, p. 194; Woordenlijst (1995), p. 31; Woordwijzer (1998), p. 39-47