Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Aaneenschrijven van telwoorden (algemeen)

Hoofdtelwoorden
Rangtelwoorden
Breukgetallen


Hoofdtelwoorden Top

We schrijven hoofdtelwoorden aaneen tot aan het woord duizend.  

21 eenentwintig
43 drieënveertig
800 achthonderd
1700 zeventienhonderd
6500 vijfenzestighonderd
6000 zesduizend
28 000 achtentwintigduizend
100 000 honderdduizend
500 000 vijfhonderdduizend
135 honderdvijfendertig
235 tweehonderdvijfendertig
1935 negentienhonderdvijfendertig
101 honderdeen of honderdeneen
115 000 honderdvijftienduizend
381 000 driehonderdeenentachtigduizend

 Na duizend schrijven we een spatie.

4002 vierduizend twee of vierduizend en twee
6028 zesduizend achtentwintig
28 064 achtentwintigduizend vierenzestig
271 850 tweehonderdeenenzeventigduizend achthonderdvijftig

Miljoen en miljard zijn altijd aparte woorden.

3 000 000 drie miljoen
5 200 000 000 vijf miljard tweehonderd miljoen
347 625 728 221 driehonderdzevenenveertig miljard zeshonderdvijfentwintig miljoen zevenhonderdachtentwintigduizend tweehonderdeenentwintig

Tweeduizend zes / tweeduizend en zes


Rangtelwoorden Top

Rangtelwoorden worden gevormd door toevoeging van het achtervoegsel ste/-de of –e aan het overeenkomstige hoofdtelwoord. Met de hoofdtelwoorden een en drie corresponderen evenwel de rangtelwoorden eerste en derde. Voor het overige worden de rangtelwoorden op dezelfde wijze gespeld als de hoofdtelwoorden waarvan ze zijn afgeleid.

1e, 1ste eerste
3e, 3de derde
100e, 100ste honderdste
135e, 135ste honderdvijfendertigste
102e honderdentweede
20e twintigste
3220e drieduizend tweehonderdtwintigste
4 000 000e vier miljoenste
4 400 000e vier miljoen vierhonderdduizendste

 1°, 2°, 3° / 1e, 2e, 3e / 1ste, 2de, 3de / 1e, 2e, 3e


Breukgetallen Top

Bij breuken is de teller een hoofdtelwoord en de noemer een rangtelwoord. Voor de teller volgen we dus de regels van de hoofdtelwoorden en voor de noemer die van de rangtelwoorden. Teller en noemer schrijven we los van elkaar.

(1) Twee derde van de tekst werd herschreven.

(2) Trek vier dertiende af. Tel twaalf drie zevende hierbij op.

(3) Drie kwart van de aanwezigen was verontwaardigd.

(4) Is dat precies twee derde millimeter?

47/10 000 zevenenveertig tienduizendste
15/827 000 vijftien achthonderdzevenentwintigduizendste
350/10 000 driehonderdvijftig tienduizendste

In een samenstelling schrijven we teller en noemer van een breukgetal aaneen.

(5) Het kartel behaalde een tweederdemeerderheid.

(6) Is dat een zesachtstemaat?

(7) Driekwartsmouwen zijn niet in de mode.

Driekwart schrijven we aan elkaar als we het als bijvoeglijk naamwoord gebruiken.

(8) Haar grootouders zijn al driekwart eeuw samen.

(9) Voeg daar driekwart kilo bloem bij.

Drie kwart, driekwart

Het rangtelwoord in de noemer krijgt meestal geen meervouds-n. Om de nadruk te leggen op de afzonderlijke delen, kan de noemer wel een meervouds-n krijgen. Of die nadruk kan worden gelegd, hangt af van de context van de zin: wanneer in de voorgaande context al sprake was van delen, dan kan er makkelijker een meervoud worden gebruikt.

(10) Jan kreeg zeven twaalfden van de erfenis en Piet vijf twaalfden.

(11) Ze heeft nog maar twee derde van de tekst gelezen.

Als de breuk zonder meervouds-n onderwerp van de zin is, dan staat de persoonsvorm in het enkelvoud.

(12) Vier vijfde van de aanwezigen bleek geen weet te hebben van zijn vertrek.

Zie ook

Uitzonderingen (Klinkerbotsing) (Leidraad 7.5)

Drieënnegentig / 93
Honderdste(n)

Naslagwerken

ANS (1997), p. 447-448 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2005), p 297-299; Woordenlijst (2015)