Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Werkwoordvolgorde in werkwoordgroepen: groepen van drie of meer werkwoorden (algemeen)

Drie- en vierledige werkwoordelijke eindgroepen
Drie- en vierledige eindgroepen met een deelwoord als zelfstandig werkwoord
Drie- en vierledige eindgroepen met een infinitief als zelfstandig werkwoord

Drie- en vierledige werkwoordelijke eindgroepen Top

Als aan het eind van een bijzin of hoofdzin verschillende werkwoordsvormen samen voorkomen, spreekt men van een werkwoordelijke eindgroep. Zo'n eindgroep vormt in principe een ondoordringbaar geheel, dat wil zeggen dat er afgezien van enkele uitzonderingen tussen die werkwoordsvormen geen niet-werkwoordelijke elementen kunnen staan. Voorbeelden van drieledige eindgroepen, respectievelijk in bijzinnen (zie (1a) en (2a)) en hoofdzinnen (zie (3a) en (4a)), zijn:

(1a) (Ik kan me niet voorstellen) dat ik ooit zoiets gezegd zou hebben. (bijzin)

(2a) (Weet u) wanneer die brieven verstuurd mogen worden? (bijzin)

(3a) Zoiets zou ik ook wel gezegd kunnen hebben. (hoofdzin)

(4a) Misschien zou hij liever tot directeur benoemd willen worden. (hoofdzin)

Deze werkwoordelijke eindgroepen bestaan telkens uit een zelfstandig werkwoord in de vorm van een deelwoord en twee hulpwerkwoorden. In het volgende voorbeeld heeft het zelfstandig werkwoord de vorm van een infinitief met te:

(5a) (De zwaar gefrustreerde docent zei) dat hij nooit meer iets met de universiteit te maken wilde hebben.

Het zelfstandig werkwoord kent in zulke eindgroepen drie plaatsingsmogelijkheden. In vergelijkbare vierledige eindgroepen zijn er vier plaatsen mogelijk. De verschillende mogelijkheden worden hierna besproken.


Drie- en vierledige eindgroepen met een deelwoord als zelfstandig werkwoord Top

In drieledige werkwoordelijke eindgroepen kan het deelwoord op drie plaatsen staan: vóór de beide hulpwerkwoorden, zoals in de zinnen (1a) t/m (4a), tussen de beide hulpwerkwoorden in, zoals in de overeenkomstige (b)-zinnen, of helemaal achteraan, zoals in de (c)-varianten:

(1b) (Ik kan me niet voorstellen) dat ik ooit zoiets zou gezegd hebben.

(1c) (Ik kan me niet voorstellen) dat ik ooit zoiets zou hebben gezegd.

(2b) (Weet u) wanneer die brieven mogen verstuurd worden?

(2c) (Weet u) wanneer die brieven mogen worden verstuurd?

(3b) Zoiets zou ik ook wel kunnen gezegd hebben.

(3c) Zoiets zou ik ook wel kunnen hebben gezegd.

(4b) Misschien zou hij liever tot directeur willen benoemd worden.

(4c) Misschien zou hij liever tot directeur willen worden benoemd.

Alle drie de volgordes komen in de praktijk in het hele taalgebied voor, maar ze zijn niet allemaal overal even gebruikelijk. Plaatsing van het deelwoord aan het begin van de groep, zoals in de (a)-varianten, is het gebruikelijkst in gesproken taal, althans in Nederland. Plaatsing aan het eind, zoals in de (c)-varianten, komt vooral in geschreven taal voor, zowel in Nederland als in België. Tussenplaatsing van het deelwoord komt tegenwoordig nog maar weinig voor in Nederland, maar is in België nog de meest gebruikte volgorde. Deze volgorde wordt daar weliswaar in sommige taaladviesboeken expliciet afgekeurd, maar in de praktijk is hij dagelijks bijvoorbeeld veelvuldig aan te treffen in kranten en te beluisteren op radio en televisie.

In vierledige eindgroepen kan een deelwoord in principe op vier plaatsen staan. Vergelijk bijvoorbeeld:

(6a) (Het gevaar bestaat) dat de hulpverlening door het barre weer tijdelijk gestaakt zal moeten worden. (bijzin)

(6b) (Het gevaar bestaat) dat de hulpverlening door het barre weer tijdelijk zal gestaakt moeten worden.

(6c) (Het gevaar bestaat) dat de hulpverlening door het barre weer tijdelijk zal moeten gestaakt worden.

(6d) (Het gevaar bestaat) dat de hulpverlening door het barre weer tijdelijk zal moeten worden gestaakt.

(7a) Door het aanwerven van extra personeel zouden de observatieposten gemakkelijker allemaal tegelijk bemand moeten kunnen worden. (hoofdzin)

(7b) Door het aanwerven van extra personeel zouden de observatieposten gemakkelijker allemaal tegelijk moeten bemand kunnen worden.

(7c) Door het aanwerven van extra personeel zouden de observatieposten gemakkelijker allemaal tegelijk moeten kunnen bemand worden.

(7d) Door het aanwerven van extra personeel zouden de observatieposten gemakkelijker allemaal tegelijk moeten kunnen worden bemand.

De volgorde waarbij het deelwoord op de tweede plaats in de eindgroep staat, zoals in (6b) en (7b), komt in de praktijk zelden voor. Voor het overige geldt ook hier wat over de drieledige groepen gezegd is. Zo komt ook de tussenplaatsingsvariant zoals in de (c)-zinnen vooral in België voor.


Drie- en vierledige eindgroepen met een infinitief met te als zelfstandig werkwoord Top

In bepaalde combinaties kan ook een infinitief met te ten opzichte van de hulpwerkwoorden op verschillende plaatsen staan. Zo is behalve (5a) in ieder geval ook mogelijk:

(5b) (De zwaar gefrustreerde docent zei) dat hij nooit meer iets met de universiteit wilde te maken hebben.

De gebruikelijkste volgorde is die waarbij de infinitief met te de eerste plaats inneemt. Tussenplaatsing zoals in (5b) komt vooral in België voor. Anders dan bij de deelwoorden is plaatsing na de beide hulpwerkwoorden evenwel niet altijd mogelijk:

(5c) (De zwaar gefrustreerde docent zei) dat hij nooit meer iets met de universiteit wilde hebben te maken. (uitgesloten)

Voor zover plaatsing achteraan mogelijk is, komt die vooral in geschreven taal voor. Vergelijk bijvoorbeeld:

(8a) (We zijn bang) dat hij nog meer teleurstellingen te verwerken zal krijgen.

(8b) (We zijn bang) dat hij nog meer teleurstellingen zal te verwerken krijgen.

(8c) (We zijn bang) dat hij nog meer teleurstellingen zal krijgen te verwerken.

Naslagwerken

ANS (1997), p. 1069-1072 of online via de E-ANS, 1075-1076 of online; Correct Taalgebruik (1997), p. 247-248; Handboek Verzorgd Nederlands (1996), p. 193-196; Taalboek Nederlands (1997), p. 280-281; Taalwijzer (1998), p. 379; Ik schrijf zonder fouten (1996), p. 184-185