Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Aaneenschrijven van combinaties met er, daar, hier en waar (algemeen)

De woorden er, daar, hier en waar worden in een zin vaak gevolgd door voorzetsels (in, op, aan, bij enzovoort) of door de bijwoorden af, heen, mee en toe. Vaak is er dan twijfel of die combinaties aan elkaar geschreven moeten worden of niet.

De spelling van zulke combinaties hangt samen met de structuur van de zin. Als deze elementen samen één zinsdeel vormen, is er sprake van een voornaamwoordelijk bijwoord. In de zin Ze klom op de ladder en is daarvanaf gevallen vormt daarvanaf een voornaamwoordelijk bijwoord, met als betekenis 'van die ladder'; in Ze sport veel en is daarvan afgevallen is daarvan (met de betekenis 'van/door het sporten') een voornaamwoordelijk bijwoord en hoort af bij het werkwoord.

In deze tekst wordt ingegaan op de spelling en de functie van voornaamwoordelijke bijwoorden. Daarbij geeft de tekst ook handgrepen om een voornaamwoordelijk bijwoord te herkennen.

1. De spelling van voornaamwoordelijke bijwoorden
2. De functie van voornaamwoordelijke bijwoorden
3. Hoe herken je een voornaamwoordelijk bijwoord?


1. De spelling van voornaamwoordelijke bijwoorden Top

Voornaamwoordelijke bijwoorden zijn combinaties van de bijwoorden er, hier, daar, waar, ergens, nergens en overal en een of meer voorzetsels (bijvoorbeeld in, op, aan, bij) en/of de bijwoorden af, heen, mee en toe.

In de regel worden de delen van het voornaamwoordelijk bijwoord aaneengeschreven als ze direct op elkaar volgen en als het eerste deel er, hier, daar of waar is.

(1) Het boek ligt op tafel. Het boek ligt erop.

(2) Hij rende daarheen.

(3) Waarover hebben jullie gesproken?

(4) Hij kroop hieronderdoor.

(5) Nog een strik eromheen, en het cadeautje is klaar.

De laatste twee voorbeelden laten zien dat het voornaamwoordelijk bijwoord ook uit meer dan twee delen kan bestaan. Zo’n combinatie wordt ook aaneengeschreven.

Als het eerste deel ergens, nergens of overal is, worden de delen los geschreven.

(6) Het moet wel ergens over gaan.

(7) Zij bemoeit zich nergens mee.

(8) Hij wil overal bij zijn.

Daarnaast kan het voornaamwoordelijk bijwoord gesplitst worden door een ander zinsdeel.

(9) Je moet het hier voorlopig maar mee doen. (= Je moet het voorlopig maar hiermee doen)

(10) Waar denk je dat mee te betalen? (= Waarmee denk je dat te betalen?)

(11) Daar heeft hij nooit iets over gezegd. (= Daarover heeft hij nooit iets gezegd)


2. De functie van voornaamwoordelijke bijwoorden Top

Een voornaamwoordelijk bijwoord verwijst naar een of meer woorden die elders in de zin of tekst staan, of een hele zin. Het voornaamwoordelijk bijwoord dient als vervanging van die woorden of die zin.

Meestal gaat het om iets wat eerder genoemd is. Een voornaamwoordelijk bijwoord zoals erop betekent 'op het(gene)' – namelijk hetgene wat genoemd is – en waarin, bijvoorbeeld, betekent 'in wat'.

(12) Henk kon niet op zijn stoel gaan zitten, want de kat lag erop te slapen. (erop betekent 'op datgene wat genoemd is', oftewel 'op zijn stoel')

(13) Ga je mee naar Brussel? Ik denk erover na. (erover betekent 'over de genoemde vraag')

Een voornaamwoordelijk bijwoord kan ook verwijzen naar een zinsdeel dat nog volgt: een dat-zin (voorbeeld (14)) of een beknopte bijzin (voorbeeld (15)).

(14) We moeten ervoor zorgen dat we genoeg eten in huis hebben. (ervoor verwijst vooruit naar 'het genoeg eten in huis hebben')

(15) Ik vertrouw erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. (erop verwijst vooruit naar 'het voldoende geïnformeerd hebben')


3. Hoe herken je een voornaamwoordelijk bijwoord? Top

3.1 Vervangingsproef

Een goede manier om een voornaamwoordelijk bijwoord te herkennen is de zin te parafraseren. Op die manier wordt duidelijk welke woorden het voornaamwoordelijk bijwoord vervangt, en welke woorden eventueel deel uitmaken van een ander zinsdeel.

Een voornaamwoordelijk bijwoord kan in de meeste gevallen vervangen worden door het oorspronkelijke voorzetsel en een naamwoord. Als vervanging mogelijk is, hebben we te maken met een voornaamwoordelijk bijwoord. Enkele voorbeelden:

  • Erachter: Kijk eens achter die boom, volgens mij heeft hij zich erachter verstopt. ('achter de boom')
  • Daarbij: We moeten dit getal daarbij optellen. (bv. 'bij die som')
  • Erin: Het lijkt wel of hij er helemaal in opgaat. (bv. 'in de muziek')
  • Daarmee: Volgens mij zit hij daarmee. (bv. 'met dat probleem')
  • Hierom: Ze moest hier erg om lachen. (bv. 'om zijn grap')
  • Waaraan: Waaraan heb jij meegewerkt? ('aan wat')
  • Hiernaar: We zullen hiernaar kijken. (bv. 'naar deze tekst')
  • Ervan: Ik ben ervan overtuigd dat hij lekker kan koken. ('van het feit dat hij lekker kan koken')
  • Hiertoe: Wanneer zullen we hiertoe besluiten? (bv. 'tot het vastleggen van een datum')
  • Daaruit: Ik weet niet wat daar uiteindelijk uit zal volgen. (bv. 'uit hun besluit')
  • Ervoor: Ze kiezen ervoor om een kind te adopteren. ('voor het adopteren van een kind')
  • Ervanaf: Nancy stond op de tafel te dansen en is ervanaf gevallen. ('van de tafel')
  • Eronderdoor: Daar staat een ladder, durf je eronderdoor te lopen? ('onder de ladder door')
  • Als de combinatie niet vervangen kan worden door een voorzetsel en een naamwoord, betekent dat ofwel dat we te maken hebben met een 'loos' voornaamwoordelijk bijwoord (dit wordt hieronder toegelicht bij punt a), ofwel dat het niet om een voornaamwoordelijk bijwoord gaat maar dat het voorzetsel of bijwoord deel uitmaakt van een ander zinsdeel (punt b) of van een samengesteld werkwoord (punt c).


    a. Loze voornaamwoordelijke bijwoorden

    Een beperkte categorie vormen de werkwoordelijke uitdrukkingen en naamwoordelijke gezegdes met 'loze' voornaamwoordelijke bijwoorden. Bij deze combinaties kan het voornaamwoordelijk bijwoord niet vervangen worden, omdat het samen met het werkwoord een eenheid vormt met een specifieke betekenis. Het loze voornaamwoordelijk bijwoord heeft op zichzelf weinig betekenis. Het loze er kan meestal niet vervangen worden door daar of hier zoals bij andere voornaamwoordelijke bijwoorden.

    Loze voornaamwoordelijke bijwoorden worden in de regel aaneengeschreven, net als andere voornaamwoordelijke bijwoorden. Enkele voorbeelden:

  • Eraan gaan: Alle dieren gingen eraan. ('doodgaan')
  • Eraan komen: We komen eraan! ('al onderweg zijn')
  • Erop vooruitgaan: Ondanks de crisis zijn de banken erop vooruitgegaan. ('in een betere toestand komen')
  • Ertussen komen: Hij kon het niet laten om ertussen te komen. ('onderbreken')
  • Het ervan afbrengen: Hoe heeft hij het ervan afgebracht? ('ten einde brengen')
  • Ervandoor gaan: Ze zijn ervandoor gegaan. ('wegvluchten')
  • Zulke combinaties zijn in hun geheel in de woordenboeken opgenomen met een eigen betekenisomschrijving. Hieronder vindt u een link naar een tekst met de meest voorkomende combinaties met loze voornaamwoordelijke bijwoorden.

    Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)


    b. Het voorzetsel of bijwoord hoort bij het woord dat of de woordgroep die erop volgt

    Er, hier, daar of waar kan als los bijwoord van plaats worden gebruikt, met de letterlijke betekenis: 'op die/deze plek, op welke plek'. Het voorzetsel of bijwoord dat erop volgt, maakt deel uit van een ander zinsdeel. In zin (16) vormen er en op niet samen één zinsdeel: er is een bepaling van plaats (met de betekenis 'in Gent') en op maakt deel uit van het zinsdeel op een leuk café. De vervangingsproef werkt hier niet: er op kan in deze zin niet vervangen worden door bijvoorbeeld 'op dat'.

    (16) Ik was gisteren in Gent. Ik ben er op een leuk café gestuit. (er betekent 'op die plaats'; op een leuk café is één geheel)

    Er kan ook gebruikt zijn als plaatsonderwerp: dat wil zeggen dat het op de plaats staat waar normaal gezien het onderwerp zou staan. Het onderwerp staat dan verderop in de zin. Er is hier als het ware betekenisloos. Ook hier werkt de vervangingsproef niet, en maakt het voorzetsel of bijwoord dat op er volgt, deel uit van een ander zinsdeel.

    (17) Is er op dinsdag weer een algemene treinstaking? (er is plaatsonderwerp, op dinsdag vormt één geheel en is tijdsbepaling, een algemene treinstaking is onderwerp van de zin)


    c. Het voorzetsel of bijwoord is deel van een samengesteld werkwoord

    Soms maakt een van de voorzetsels of bijwoorden in de zin onlosmakelijk deel uit van het werkwoord. Om zulke combinaties te analyseren, moet u kijken om welk werkwoord het gaat. Het is bijvoorbeeld uitgaan van iets: omdat uit bij het werkwoord hoort, maakt alleen van deel uit van het voornaamwoordelijk bijwoord: ik ga daarvan uit. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor afhangen van iets of opgaan in iets.

    (18a) Onze directeur gaat ervan uit dat het allemaal in orde komt.

    (19) Daar ga ik wel van uit.

    (20) Het zal ervan afhangen of iedereen naar behoren meewerkt.

    (21) Dat hangt er helemaal van af.

    (22) Het lijkt wel of hij er helemaal in opgaat.

    Met name in zinnen als (19) en (21) hebben veel taalgebruikers de neiging van + uit en van + af als één woord te schrijven, omdat vanuit en vanaf ook bestaande woorden zijn. Dat aaneenschrijven is niet juist.

    Betekenisverschillen

    Let op: bij een beperkt aantal combinaties zijn er twee schrijfwijzen mogelijk: het voorzetsel of bijwoord maakt deel uit van het werkwoord, of het vormt samen met er, daar, hier of waar een voornaamwoordelijk bijwoord. Met dat verschil in schrijfwijze hangt ook een betekenisverschil samen.

    Vergelijk bijvoorbeeld de zinnen (23a) en (24a). Heengaan bestaat als werkwoord en betekent dan 'weggaan' of 'sterven'. In die betekenissen vormen heen en gaan een samengesteld werkwoord (23a). Maar in zin (24a) is de bedoelde betekenis 'ergens naartoe gaan'. In dat geval vormen daar en heen een voornaamwoordelijk bijwoord.

    (23a) De zangeres Chavela Vargas keerde na haar reis terug naar Mexico en is daar heengegaan (daar heengaan betekent 'op die plaats sterven').

    (24a) Nadat hij een boek had gelezen over Praag, is Juul daarheen gegaan. (daarheen gaan betekent 'naar die plaats gaan')

    Hetzelfde geldt voor combinaties van er, hier, daar of waar met twee voorzetsels of met een voorzetsel en af of heen. In zinnen (25a) en (26a) vormen die combinaties samen een voornaamwoordelijk bijwoord: ernaartoe fietsen betekent bijvoorbeeld 'naar die plaats fietsen'. Als een van de voorzetsels of het bijwoord deel uitmaakt van het erop volgende werkwoord, brengt dat ook een betekenisverschil met zich mee (vergelijk zin (26a) en (27a)).

    (25a) We zijn ernaartoe gefietst. ('naar die plaats gefietst')

    (26a) Ze klom op de ladder en is daarvanaf gevallen. (daarvanaf vallen betekent 'van die ladder vallen')

    (27a) Ze sport veel en is daarvan afgevallen. (daarvan afvallen betekent 'van/door het sporten gewicht verliezen')

    Het is vooral belangrijk dit onderscheid in de gaten te houden wanneer het voornaamwoordelijk bijwoord wordt gescheiden door een ander zinsdeel, want dan is er doorgaans meer twijfel over welke woorden aaneengeschreven moeten worden.

    (25b) We zijn er in een uurtje naartoe gefietst.

    (26b) Ze klom op de ladder en is daar helaas vanaf gevallen.

    (27b) Ze sport veel en is daar veel van afgevallen.

    3.2 Vooropplaatsproef

    Om te bepalen of het voorzetsel of bijwoord deel uitmaakt van het werkwoord, kan naast de vervangingsproef ook de vooropplaatsproef uitsluitsel brengen. Deze proef werkt het best als er of hier wordt vervangen door daar. Alles wat (in dezelfde betekenis) in dezelfde zin vóór de persoonsvorm kan staan, geldt als één zinsdeel; in het geval van een voornaamwoordelijk bijwoord wordt dat aaneengeschreven. In een combinatie als ervan uitgaan (zie voorbeeld (18a)) hoort het woord uit niet bij ervan: Daarvanuit is hij gegaan is immers geen goede zin. Wel juist is Daarvan is hij uitgegaan, en daarom ook Hij is daarvan uitgegaan.

    (18b) Daarvan is de directeur uitgegaan.

    (23b) Daar is de Mexicaanse zangeres heengegaan.

    (24b) Daarheen is Juul gegaan.

    (25c) Daarnaartoe zijn we gefietst.

    (26c) Daarvanaf is ze gevallen.

    (27c) Daarvan is ze afgevallen.

    Zie ook

    Combinaties met er: loze voornaamwoordelijke bijwoorden (algemeen)

    Er … op / erop
    Ervan uitgaan
    Er vandoor gaan / ervandoor gaan
    Ervooruit / ervoor uit (hij komt -)
    Er van langs / ervanlangs / ervan langs (geven / krijgen)
    Met glazuur op / erop (koekjes met -)
    Naar toe / naartoe
    Tot / toe (afdeling waar hij toegang - had)
    Vanwaaruit / van waaruit
    Waarzonder

    Bronnen

    Onze Taal. Er + voorzetsel + werkwoord: los of aaneen. Geraadpleegd op 19 maart 2013 via http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/er-voorzetsel-werkwoord.

    Naslagwerken

    ANS (1997), p. 490-493 of online via de E-ANS; Schrijfwijzer (2012), p. 382-385; Spelling geregeld (2009), p. 63-64; Taal-top-100 (2009), p. 46-47; Vraagbaak Nederlands (2005), p. 43-44; Woordenlijst (2015)