Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Uitspraak harde / zachte g (algemeen)

De letter g kan zowel staan voor de stemhebbende [g] (met trilling van de stembanden, zoals in dagen) als voor de stemloze (of 'scherpe') [ch] (zonder trilling van de stembanden, zoals in dag). In beide gevallen gaat het om een ruisklank die in de keel wordt gevormd. Met de lettercombinatie ch wordt altijd een stemloze [ch] weergegeven.

De g is stemhebbend als eerste klank van een woord (zowel voor klinkers als voor de medeklinkers n, l en r; bijvoorbeeld geven, gniffelen, gloeien, grauw) en als klank tussen andere klanken in een woord (bijvoorbeeld dragen, bergen, zwelgen, weegbree), behalve als die wordt gevolgd door een s of een t (bijvoorbeeld bergt [bercht], daags [daachs]). In het Nederlands worden alle medeklinkers, dus ook de g, aan het einde van een woord stemloos uitgesproken (bijvoorbeeld dag [dach], berg [berch]).

Daarnaast bestaat er nog een ander verschil in uitspraak, namelijk tussen de 'harde' en de 'zachte' g, dat regionaal bepaald is: de zachte g komt vooral voor in het zuidelijke deel van het Nederlandse taalgebied. In dat deel van het taalgebied waar de g zacht wordt uitgesproken, wordt het onderscheid tussen stemloos en stemhebbend in acht genomen. In het noordelijke deel van het taalgebied wordt de stemhebbende g echter dikwijls verscherpt, waardoor het onderscheid verloren gaat. Er is geen of een nauwelijks waarneembaar verschil in uitspraak van de g tussen chloor en gloren en tussen lachen en vlaggen. Dat dit onderscheid in het verleden wel werd gemaakt, blijkt uit de vervoegde vormen van de laatstgenoemde werkwoorden: lachte respectievelijk vlagde. Hoewel de g in vlaggen op dezelfde wijze, dus stemloos, wordt uitgesproken als in lachen, heeft dit niet geleid tot de vervoeging met -te(n) .

Weergave van uitspraak (algemeen)

Naslagwerken

WNT