Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Lijdende vorm (passief) (algemeen)

Definitie van de begrippen 'lijdende vorm' en 'bedrijvende vorm'
Grammaticale kenmerken van de lijdende en de bedrijvende vorm
Functie en effecten van de lijdende vorm


Definitie van de begrippen 'lijdende vorm' en 'bedrijvende vorm' Top

De term 'lijdende vorm' duidt een werkwoordelijk gezegde aan dat bestaat uit een vorm van het hulpwerkwoord worden of zijn in combinatie met een voltooid deelwoord, bijvoorbeeld De tekst wordt geschreven of De kaarten zijn geschud. Daarnaast is er de 'bedrijvende vorm', bijvoorbeeld Hij schrijft de tekst of Zij heeft de kaarten geschud.

Een zin waarin het werkwoordelijk gezegde in de lijdende vorm staat, wordt een 'lijdende zin' genoemd; bij de bedrijvende vorm wordt gesproken van 'bedrijvende zin'. De lijdende vorm/zin wordt ook wel 'passieve vorm/zin' genoemd (of kortweg 'de passief'), de bedrijvende vorm/zin ook wel 'actieve vorm/zin'. In deze tekst gebruiken we steeds de termen 'lijdend' en 'bedrijvend'.


Grammaticale kenmerken van de lijdende en de bedrijvende vorm Top

Een zin staat ofwel in de lijdende vorm ofwel in de bedrijvende vorm. Vaak kan dezelfde informatieve inhoud zowel met een lijdende zin als met een bedrijvende zin worden uitgedrukt, zoals in de volgende twee zinnen.

(1) De afdelingsmanager schrijft het rapport.

(2) Het rapport wordt geschreven door de afdelingsmanager.

Een kenmerkend grammaticaal verschil tussen een bedrijvende zin en een lijdende zin is het zinsdeel dat het onderwerp is. Datgene wat in de bedrijvende zin een lijdend voorwerp is (in zin (1): het rapport), is in een overeenkomstige lijdende zin (zoals zin (2)) onderwerp. En dat wat in de bedrijvende zin onderwerp is (in zin (1): de afdelingsmanager), kan in de lijdende zin (zin (2)) in een bepaling staan die met het voorzetsel door begint (een zogeheten door-bepaling); die bepaling kan overigens ook achterwege blijven. De door-bepaling wordt soms aangeduid als het 'handelend voorwerp', omdat het inhoudelijk gezien de afdelingsmanager is die het rapport geschreven.

Of er in de lijdende zin worden of zijn staat, hangt af van de werkwoordstijd waarin de zin staat: de onvoltooide tijd wordt uitgedrukt met een vorm van worden, de voltooide met een vorm van zijn. Staat de zin in de verleden tijd, dan wordt er werd/werden dan wel was/waren gebruikt. Zo staat zin (2) in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Hieronder nog enkele voorbeelden, met in de a-zin steeds een bedrijvende vorm en in de b-zin een lijdende vorm. De zinnen staan achtereenvolgens in de onvoltooid verleden tijd (3a, 3b), de voltooid tegenwoordige tijd (4a, 4b) en de voltooid verleden tijd (5a, 5b).

(3a) De afdelingsmanager schreef het rapport.

(3b) Het rapport werd geschreven door de afdelingsmanager.

(4a) De afdelingsmanager heeft het rapport geschreven.

(4b) Het rapport is geschreven door de afdelingsmanager.

(5a) De afdelingsmanager had het rapport geschreven.

(5b) Het rapport was geschreven door de afdelingsmanager.

In een tabel:

werkwoordstijd

bedrijvende vorm

lijdende vorm

onvoltooid tegenwoordige tijd

A schrijft B

B wordt geschreven (door A)

onvoltooid verleden tijd

A schreef B

B werd geschreven (door A)

voltooid tegenwoordige tijd

A heeft B geschreven

B is geschreven (door A)

voltooid verleden tijd

A had B geschreven

B was geschreven (door A)

 
Als het onderwerp in de lijdende zin een onbepaalde naamwoordelijke constituent is (bijvoorbeeld een rapport in zin (6)), of als de zin helemaal geen onderwerp bevat (zin (7)), bevat de lijdende zin vaak het woord er.

(6) Er wordt een rapport geschreven door de afdelingsmanager.

(7) Er werd vandaag (door duizenden mensen) gedemonstreerd tegen racisme.


Functie en effecten van de lijdende vorm Top

De lijdende en bedrijvende vorm hebben elk hun eigen gebruiksmogelijkheden. De ene vorm is niet per se beter dan de andere. Welke vorm de voorkeur verdient, kan verschillen per context en per tekstsoort; vaak gaat het om een verschil in perspectief. Hieronder wordt nader ingegaan op een aantal kenmerken van beide vormen, met enkele voorbeelden.

Vergelijk de volgende zinnen.

(8a) Morgen maakt de minister de naam van de winnaar bekend.

(8b) Morgen wordt de naam van de winnaar bekendgemaakt.

(8c) Morgen wordt de naam van de winnaar bekendgemaakt door de minister.

Zin (8a) – een bedrijvende zin – past goed in een context waarin de minister al eerder genoemd is, en waarin het bekendmaken van de naam van de winnaar nieuwe informatie is op het moment dat deze zin wordt geformuleerd. In de lijdende zin (8c) staat niet zozeer het bekendmaken van die naam centraal als wel het feit dat de minister dit zal doen: die handeling van de minister geldt binnen deze context als nieuwe informatie. In (8b) blijft in het midden wie de naam bekend zal maken, al is dit soms wel uit de context af te leiden.

Zinnen met een lijdende vorm komen vaak minder persoonlijk of minder expliciet over dan zinnen met een bedrijvende vorm. Dit kan soms de bedoeling van de schrijver zijn, bijvoorbeeld omdat hij niet expliciet wil of kan noemen wie de handelende personen zijn. Vergelijk de bedrijvende zin (9a) en de lijdende zinnen (9b) en (9c): (9a) is persoonlijker dan (9b) en (9c).

(9a) Wij hebben geconstateerd dat de aanvraag in orde is.

(9b) Er is geconstateerd dat de aanvraag in orde is.

(9c) Door ons is geconstateerd dat de aanvraag in orde is.

Een lijdende zin die begint met een door-bepaling, zoals (9c), komt veelal omslachtiger over dan een bedrijvende zin die inhoudelijk ongeveer hetzelfde betekent, zoals (9a).

Hieronder worden een paar specifieke redenen genoemd om de lijdende vorm te gebruiken in plaats van de bedrijvende vorm.

De handelende persoon is niet bekend of niet relevant

In de volgende zinnen is de lijdende vorm nuttig omdat niet bekend is wie er heeft geklopt, gestolen of geschoten.

(10) Plotseling werd er hard op de deur geklopt.

(11) Er is een schilderij gestolen uit het Rijksmuseum.

(12) De overvaller werd vanaf een dak neergeschoten.

Ook als wel bekend is wie de beschreven handeling verricht, is het lang niet altijd noodzakelijk, relevant of wenselijk om die persoon ook te noemen.

(13) Er wordt vandaag weer gestrooid vanwege de gladheid.

(14) Het wordt afgeraden om de weg op te gaan.

(15) Er is vanmorgen gedemonstreerd tegen racisme.

Het gaat om een algemene mededeling

Als een zin niet op een specifieke persoon of een specifieke doelgroep betrekking heeft, kan de lijdende vorm uitkomst bieden. Alternatieven zijn in zulke gevallen soms zinnen met men of u als onderwerp; welke formulering het best is, verschilt per geval.

(16a) De A27 kan morgen beter vermeden worden.

(16b) U kunt de A27 morgen beter vermijden.

(16c) Men kan de A27 morgen beter vermijden.

(17a) In dit gebouw mag niet gerookt worden.

(17b) In dit gebouw mag u niet roken.

(17c) In dit gebouw mag men niet roken.

Betere aansluiting in zinnen / informatieve focus

De lijdende vorm kan er soms voor zorgen dat zinnen natuurlijker op elkaar aansluiten.

(18) Een groepje mensen keek vol bewondering naar ons nieuwe kantoor. Het is dan ook gebouwd door een bekende architect.

Doordat de tweede zin extra informatie geeft over het in de eerste zin geïntroduceerde element ons nieuwe kantoor, sluit die zin beter aan als hij met het begint. Als de bedrijvende vorm wordt gebruikt, bijvoorbeeld Een bekende architect heeft het dan ook gebouwd, wordt het verband tussen het en ons nieuwe kantoor onderbroken door het nieuwe betekeniselement een bekende architect.

Voorkomen van dubbelzinnigheid

Als een bedrijvende zin op twee manieren opgevat kan worden, kan de lijdende vorm deze dubbelzinnigheid soms opheffen. Zin (19a) is dubbelzinnig, zin (19b) en (19c) niet.

(19a) De medewerker die de manager heeft beledigd, krijgt alsnog salarisverhoging.

(19b) De medewerker die door de manager is beledigd, krijgt alsnog salarisverhoging.

(19c) De medewerker door wie de manager is beledigd, krijgt alsnog salarisverhoging.

Zie ook

Naamwoordstijl (algemeen)

Men

Naslagwerken

Schrijfwijzer (2012), p. 92-94; Vraagbaak Nederlands (2011), p. 185-188; Van Dale Taalhandboek Nederlands (2011), p. 50-51; Handboek Stijl (2009), p. 110-113; ANS (1997), p. 1413-1416 of online via de E-ANS