Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Romeinse cijfers: gebruik en notatie (algemeen)

Inleiding
Gebruik
De vorm en volgorde van de cijfers


Inleiding Top

In onze cultuur zijn twee soorten cijfers in gebruik. De gebruikelijkste zijn de zogeheten Arabische cijfers: 1, 2, 3 enzovoort. Daarnaast zijn er Romeinse cijfers, die eruitzien als hoofdletters: I, V, X enzovoort. Er zijn geen officiële regels die bepalen wanneer een getal in Arabische cijfers (1, 2, 3 ...) of in Romeinse cijfers (I, II, III ...) wordt weergegeven. Wie Romeinse cijfers gebruikt, heeft daar vaak een speciale reden voor.

Hieronder volgen de meest voorkomende gevallen waarin Romeinse cijfers worden gebruikt of kúnnen worden gebruikt. In sommige gevallen zijn Arabische cijfers even goed te verdedigen.


Gebruik Top

1. Rangnummers

Romeinse cijfers kunnen gebruikt worden om het rangnummer van een koning(in), keizer, paus of kabinet weer te geven. Met Leopold I bijvoorbeeld wordt Leopold de Eerste bedoeld, met Lodewijk XIV Lodewijk de Veertiende, met Martens V het vijfde kabinet-Martens.

(1) Leopold II was de zoon van Leopold I en de oudoom van Leopold III.

(2) Lodewijk XIV stond bekend als 'de Zonnekoning'.

(3) Wilfried Martens heeft negen regeringen geleid: van Martens I tot en met Martens IX.

Sommige mensen voegen zelf een Romeins cijfer als rangnummer aan hun naam toe (soms met een knipoog, soms om serieuzere redenen). Zo zijn er drie acteurs die Hugo Metsers heten: de oudste en middelste stonden al bekend als Hugo Metsers senior en Hugo Metsers junior, en daarom wordt de derde generatie Hugo Metsers vaak Hugo Metsers III genoemd.

Ook bij andere rangnummers worden soms Romeinse cijfers gebruikt, bijvoorbeeld in afgekorte namen: WO II staat voor 'Tweede Wereldoorlog'.

Leopold 2 / Leopold de 2e / Leopold de IIe /Leopold II

2. Jaartallen

Soms worden Romeinse cijfers gebruikt om jaartallen weer te geven. Dit geldt onder meer voor:

- het bouwjaar dat op de gevel van een huis of een ander gebouw staat;

- het publicatiejaar dat voor in een boek staat;

- het productiejaartal in de aftiteling van films.

In al deze gevallen is het gebruik van Arabische cijfers tegenwoordig gewoner. Romeinse cijfers zijn vooral gangbaar in oudere contexten of worden juist gebruikt om iets nieuws een 'klassiek tintje' te geven.

3. Structuuraanduiders in teksten

In boeken en andere lange teksten wordt bij het indelen soms gekozen voor Romeinse cijfers, bijvoorbeeld:

- voor de nummering van delen, hoofdstukken en kopjes;

- voor de nummering van pagina's die niet tot het inhoudelijke deel van het boek behoren – waarbij soms wordt gekozen voor een weergave in kleine letters (i, ii, iii) in plaats van hoofdletters (I, II, III);

- voor de nummering van bijlagen/appendices.

Markering van hoofdstukken en paragrafen

Ook in puntsgewijze opsommingen kunnen Romeinse cijfers worden gebruikt. Daarbij wordt soms gekozen voor de gebruikelijke weergave in hoofdletters (I, II, III), maar ook vaak voor kleine letters (i, ii, iii).

4. Specialistische toepassingen

In sommige vakgebieden, onder meer in de wetenschap, worden in bepaalde gevallen specifieke regels gehanteerd voor het gebruik van Romeinse cijfers in teksten. Het gaat hierbij onder meer om:

- chemische nomenclatuur: kwik II is iets anders dan kwik III, koper(I)chloride is iets anders dan koper(II)chloride;

- sterrenkundige nomenclatuur: Saturnus XII geeft bijvoorbeeld de twaalfde maan van Saturnus aan;

- de weergave van toontrappen en/of akkoorden in muziek: III geeft een kleine drieklank aan, V een grote drieklank.

5. Overige

Er zijn nog meer gevallen waarin het in meerdere of mindere mate gebruikelijk is om Romeinse cijfers te gebruiken. Hieronder een paar bekende voorbeelden:

- cijfers op klokken en horloges: de uren worden weergegeven met I t/m XII; in plaats van IV (4) wordt hierbij vaak IIII gebruikt;

- huisnummers: 9-I of 9I wordt in Nederland soms gebruikt voor 'nummer 9, één hoog'.


De vorm en volgorde van de cijfers Top

Het Romeinse systeem van getallen werkt anders dan het Arabische. Bij Arabische cijfers hangt de waarde van elk cijfer af van de positie in het getal: de 2 in 125 betekent 'twintig' (omdat hij op de tweede positie van achteren staat, geeft hij een tiental weer); de 2 in 215 betekent 'tweehonderd' (de derde positie van achteren geeft een honderdtal weer). Bij Romeinse cijfers heeft elk cijfer in principe een vaste waarde, al moet er soms worden afgetrokken in plaats van opgeteld. Dat wordt verderop nader toegelicht.

De waarde van de Romeinse cijfers is:

I      1

V     5

X     10

L      50

C     100

D     500

M     1000

Er zijn in de loop van de tijd ook wel andere letters of tekens gebruikt voor andere getallen, maar de zeven hierboven gelden als het 'vaste' schema.

De letters I, X, C en M kunnen in twee- of drievoud voorkomen en geven dan twee of drie maal de waarde aan van de individuele letter: II heeft een waarde van 2, III van 3, XX van 20, CCC van 300 enzovoort. Deze getallen kunnen achter een cijfer staan dat een hogere waarde vertegenwoordigt en worden dan bij die waarde opgeteld: VII is gelijk aan V + II (5 + 2), oftewel 7. MMXIII is MM + X + III (2000 + 10 + 3) oftewel 2013.

De I kan ook vóór een V of een X staan en vermindert de waarde daarvan dan met één: IV is 4, IX is 9. Op dezelfde manier kan een X voor een L of een C staan (XL is 40, XC is 90) en een C voor een D of een M (CD is 400, CM is 900). Er staat maximaal één zo'n cijfer voor het hogere getal, dus IIXX om 18 weer te geven (XX – II oftewel 20 – 2) is niet juist.

Zie ook

1°, 2°, 3° / 1e, 2e, 3e / 1ste, 2de, 3de / 1e, 2e, 3e
10.000.000 / 10 000 000
Drieënnegentig / 93
Tweeduizend zes / tweeduizend en zes

Naslagwerken