Officiële spelling Nederlandse Taalunie

Woorden die niet in de Woordenlijst of in een woordenboek staan (algemeen)

Het Nederlands kent oneindig veel mogelijke woorden en er komen steeds nieuwe woorden bij; een complete lijst van alle bestaande en correcte Nederlandse woorden is er niet. Talloze woorden bestaan wel, maar staan niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal (het Groene Boekje) of in een algemeen Nederlands woordenboek. Toch kunnen het correcte Nederlandse woorden zijn. De ruimte in woordenlijsten en woordenboeken is beperkt. Ze bevatten zeer veel gangbare Nederlandse woorden, maar kunnen bijvoorbeeld maar een klein deel van alle vaktermen en (mogelijke) samenstellingen opnemen. Hoe weet je nu of een woord correct Nederlands is?

In taaladviezen op Taaladvies.net komt vaak de vraag naar de correctheid van bepaalde woorden en uitdrukkingen aan de orde. De onderliggende vraag is daarbij eigenlijk: is een bepaalde variant standaardtaal of niet? Woorden uit dialecten of uit straattaal zijn bijvoorbeeld geen standaardtaal, zolang ze niet in bredere kring in gebruik zijn. Ze zijn vaak niet in de woordenboeken te vinden. En als ze wél in een woordenboek opgenomen worden, krijgen ze een label als 'gewestelijk' of 'regionaal'.

Wat is standaardtaal? (algemeen)

Als woorden die niet in de Woordenlijst of in een algemeen Nederlands woordenboek staan, in een van de volgende categorieën vallen, en volgens de officiële spellingregels zijn gespeld, kunnen ze als correcte Nederlandse woorden worden beschouwd. Nederlandse woorden kunnen vaak verschillende vormen aannemen of met elkaar gecombineerd worden. De Woordenlijst en woordenboeken hebben slechts de ruimte om een beperkt deel – maximaal enkele honderdduizenden – van het in theorie oneindig grote aantal woorden en woordvormen op te nemen.

1. Afleidingen, vervoegingen, verbuigingen en samenstellingen
2. Vaktermen
3. Nieuwe woorden
4. Verouderde woorden


1. Afleidingen, vervoegingen, verbuigingen en samenstellingen Top

Afleidingen van woorden, vervoegingen van werkwoorden, verbogen vormen van bijvoeglijke naamwoorden en verkleinvormen van zelfstandige naamwoorden worden lang niet altijd in de Woordenlijst of woordenboeken genoemd. Zo staan in de Woordenlijst bij het werkwoord koken wel kookte en gekookt, maar niet kook, kookt en kookten. Gourmetstel staat er wel in, gourmetstelletje niet. De Grote Van Dale noemt wel fotolyse, maar niet het bijbehorende bijvoeglijk naamwoord fotolytisch en de verbogen vorm fotolytische. Het van realiseren en gerealiseerd afgeleide woord ongerealiseerde staat niet apart in woordenlijsten en -boeken. Toch zijn al deze woorden gangbare en correcte Nederlandse woorden.

Samenstellingen zijn woorden die gevormd zijn uit twee of meer woorden die als los woord kunnen voorkomen. Er staan er veel in de Woordenlijst en in woordenboeken, maar er staan er nog heel veel meer níét in. Deels komt dat doordat de betekenis van samenstellingen direct duidelijk is uit de delen ervan en er bovendien – afgezien van het aaneenschrijven – geen spellingprobleem bestaat. Deels komt het ook doordat het aantal samenstellingen in principe oneindig is, omdat je ze zelf kunt vormen, zolang ze in de context maar een zinnige betekenis hebben. Zo is maandagmorgengevoel of maandagochtendgevoel een perfecte Nederlandse samenstelling die in de context waarin het woord gebruikt wordt meteen begrepen zal worden, ook al neemt geen enkel naslagwerk dit woord op.

Samenstelling en afleiding aaneen (leidraad 6.2)


2. Vaktermen Top

Woordenboeken en woordenlijsten nemen over het algemeen woorden op die enige algemene bekendheid genieten. De woordenbestanden waarop de selectie voor woordenboeken en woordenlijsten gebaseerd wordt, zijn voor een groot deel afkomstig uit teksten voor een algemeen publiek, zoals krantenartikelen.

Teksten uit een bepaald vakgebied kunnen woorden bevatten die alleen bekend zijn in dat vak. Zulke woorden komen niet altijd in algemene woordenboeken terecht, maar vaak wel in vaktaalwoordenboeken. Het zijn wel goede Nederlandse woorden, maar ze zijn voor een algemeen publiek niet relevant en zouden daarom in algemene teksten niet zonder toelichting gebruikt moeten worden.

Een paar voorbeelden:

- medische termen, zoals radiculair ('een wortel betreffend, tot een wortel behorend') en glaucosurie ('groenachtige urine door aanwezigheid van indicaan');
- financiële termen, zoals stamkrediet ('tot wederopzegging verleend rekening-courantkrediet') en nostro ('eigen rekening van een bank of commissionair');
- filosofische termen, zoals hylemorfisme ('stof-vorm-leer') en falsum ('bedrog');
- architectonische termen, zoals dwingel ('door muren omsloten, spiraalsgewijs aangelegde, goed te bewaken toegangsweg naar een hoogteburcht') en Gobertangesteen ('grijswitte, kalkhoudende zandsteen met strepen uit Belgisch Oost-Brabant');
- termen uit diverse hobby's, zoals kleindieren ('kleine hobby- en teeltdieren, zoals kippen en konijnen') en embellishment ('verfraaiend element op handwerk').

Vakjargon / vaktaal / jargon


3. Nieuwe woorden Top

Elk jaar ontstaan er duizenden nieuwe woorden. Vaak zijn dat samenstellingen, maar het kunnen ook nieuwe vaktermen, afkortingen of ontleningen zijn. Zulke woorden voldoen zo goed als altijd aan de Nederlandse woordvormingsregels en zijn dus zelden 'fout'. Er bestaat geen instantie die nieuwe woorden 'goedkeurt' voor ze gebruikt zouden mogen worden; het is de taak van de gebruiker van zulke woorden om ervoor te zorgen dat zijn publiek ze begrijpt.

Veel van deze nieuwe woorden verdwijnen vrij snel weer. De woorden die gedurende langere tijd met een zekere regelmaat in algemene teksten gebruikt worden, maken goede kans om op termijn, meestal na enkele jaren, in de naslagwerken opgenomen te worden.


4. Verouderde woorden Top

Woorden kunnen ook verouderd raken. Dat kan komen doordat ze iets benoemen wat zelf verouderd is geraakt. Die veroudering gaat overigens meestal niet snel. Een begrip als stencilen duidt weliswaar een procedé aan dat tegenwoordig niet meer wordt uitgevoerd, maar veel mensen kennen het nog wel van vroeger en jongeren zullen het bijvoorbeeld in oudere boeken blijven tegenkomen. Het kan decennia duren voordat zo'n woord uit een woordenboek of uit de Woordenlijst verdwijnt. Verouderde woorden kunnen daardoor nog lange tijd als standaardtaal beschouwd worden.

Soms leven verouderde woorden voort in een verheven, zeer formele stijl, of in ironisch taalgebruik. Zo kan het nog steeds voorkomen dat iemand in plaats van maar of toch het woord edoch gebruikt. Woordenboeken nemen zulke woorden nog wel op, maar vermelden erbij dat ze verouderd of archaïsch zijn.

Als een woord in het hedendaagse taalgebruik al geruime tijd niet meer voorkomt en niet meer in hedendaagse naslagwerken is opgenomen, betekent dat niet automatisch dat het geen correct woord meer is. In plaats van standaardtaal is het dan historisch Nederlands geworden. In veel gevallen leeft zo'n woord wel voort in vaktaal, bijvoorbeeld van mensen die zich met de geschiedenis van een bepaald vakgebied bezighouden. Voorbeelden zijn gibus ('opvouwbare cilinderhoed') en rambonnetten ('verplicht aan ochtendgymnastiek doen').

Zie ook

Inrichting van de Woordenlijst
Officiële benamingen, vaktermen en afkortingen: invoering en samenstelling (algemeen)
Wat is standaardtaal? (algemeen)
Werkwijze: welke varianten hebben standaardtaalkarakter? (algemeen)

Vakjargon / vaktaal / jargon

Bronnen

Onze Taal. Bestaat een woord dat niet in woordenboeken staat? Geraadpleegd op 8 december 2011 via http://www.onzetaal.nl/taaladvies/advies/bestaat-een-woord-dat-niet-in-woordenboeken-staat.

Naslagwerken