Taaladvies
Alfabetische lijst
0-9·A·B·C·D·E·F·G·H·I·J·K·L·M·N·O·P·Q·R·S·T·U·V·W·X·Y·Z
Vraag en antwoord
- Galerij / galerie
- Gamma
- Garagist / garagehouder
- Garantie van / voor
- Geë-maild / ge-e-maild
- Ge-cc'd / gecc't / gecc'd / ge-cc't
- Geacht / geachte jurylid, Best / beste jurylid
- Geachte - Beste (als aanhef)
- Geachte meneer, / Geachte mijnheer, / Geachte heer,
- Geachte mevrouw / Geachte mevrouw,
- Geachte mevrouw Jansen, / Geachte mevrouw,
- Geachte mevrouw Van den Dries-Vermeulen / Geachte mevrouw Van den Dries
- Gebaat met / bij
- Gebeuren
- Geboortenaam, meisjesnaam
- Geboren in Gent, heeft deze tenor ...
- Gebruikelijkere / meer gebruikelijke
- Gebruikersvriendelijk / gebruiksvriendelijk
- Gebruikmaken / gebruik maken
- Gecharmeerd door / van
- Gecontraïndiceerd / gecontra-indiceerd
- Gedaan / voorbij
- Gedachtestreepje
- Gedeletet (uitspraak)
- Gedeputeerde (hoofdletter?)
- Gedeputeerde Staten (hoofdletters?)
- Gedesigned / gedesignd
- Gedownloadde / gedownloade bestand
- Geel-groen / geelgroen
- Geen / niet gelijk krijgen
- Geen de minste / niet de minste
- Gegeerd / begeerd
- Gehad / gekregen (ik heb van hem een boek -)
- Gekend / bekend
- Gelasten - belasten
- Geleid bezoek / rondleiding
- Gelijk / meteen
- Gelijk / zoals
- Gelijk wie / om het even wie / eender wie / onverschillig wie / wie dan ook
- Gelijkaardig / soortgelijk
- Gelijkvloers / begane grond / benedenverdieping
- Gelukken / slagen
- Gelukkiglijk / gelukkig
- Gelukwensen bij / met
- Gemak van betaling
- Gemakkelijkheidshalve / gemakshalve
- Gemeubeld / bemeubeld / gemeubileerd
- Genaamde (de - X)
- Geneigd / genegen
- Genieten van iets / iets genieten
- Gepaard gaan aan / met
- Geraadzaam / raadzaam
- Gerechterlijk / gerechtelijk
- Gerechterlijke / gerechtelijke / rechtelijke / rechterlijke dwaling
- Geregeld / regelmatig
- Geroerbakte / roergebakken spinazie
- Gerust in / gerust op
- Geslaan / geslagen
- Gevang / gevangenis
- Gevangenenbewaarder / gevangenisbewaarder / gevangenbewaarder
- Gevlei / gevlij (in het - komen)
- Gevolgd (ik ben / heb hem -)
- Geweten zijn / bekend zijn
- Gewonnen (ik ben / ik heb -)
- Geworden (in zinnen in de lijdende vorm)
- Gezien (als voegwoord)
- Gij had / hadt
- Gij kwam / kwaamt
- Giraffehals / giraffenhals
- Gisterenavond / gisteravond
- Gld. / Hfl. / fl. / f. / f / NLG
- Globaal (inkomen)
- Globaal / mondiaal
- Goed geplaatst / geschikt
- Goed(e) nota nemen van iets
- Gotisch (hoofdletter?)
- Gps-systeem / gps
- Gradenteken: spatie ervoor of niet?
- Grammaticale functie van het in het er niet mee eens zijn
- Groep (een - ambtenaren gingen / ging)
- Grondwet (hoofdletter?)
- Groninger / Gronings
- Grootste (tweede -, - op een na, (op) een na -)
- Grootteorde / ordegrootte / orde van grootte
- Grote / grootte
- Grote-stedenbeleid / grotestedenbeleid
- Groter als / dan
- Groter dan mij / ik