Taaladvies.net
U bent hier:
taalunieversum
»
taaladvies
Taaladvies
Alfabetische lijst
0-9
·
A
·B·
C
·
D
·
E
·
F
·
G
·
H
·
I
·
J
·
K
·
L
·
M
·
N
·
O
·
P
·
Q
·
R
·
S
·
T
·
U
·
V
·
W
·
X
·
Y
·
Z
Algemene teksten
Beletselteken (…)
Vraag en antwoord
Baan / weg
Bacterieën / bacteriën, ceremonieën / ceremoniën, industriën / industrieën
Ballotage
Bankkaart / bankpas / pinpas
Banneling / balling
Barbecuen / barbecueën
Barema / weddeschaal / loonschaal / salarisschaal
Batig gerangschikt zijn
Baxter / infuus
Beambte / ambtenaar
Beantwoorden aan / voorzien in
Bedampte / aangeslagen / aangedampte / bewasemde / beslagen ruiten
Bedding / baan
Bedeling / levering
Bedrijvigheden
Beeldscherm (achter / voor het -)
Begeven (te -) / vergeven (te -) / vacant
Beginnen + infinitief
Beginnen / begonnen
Begoed / gegoed
Begroting in evenwicht
Behalve ons / behalve wij
Behartenswaardig / behartigenswaardig
Beheer(overeenkomst) / beheers(overeenkomst)
Behelzen / bevatten
Behoren tot een van de ...
Behoudens / behalve
Beide / beiden
Beijing / Peking
Bekomen / verkrijgen
Bekommernis / bekommering / zorg / bezorgdheid
Belanghebbende / betrokkene
Belasting(s)brief / belasting(s)aangifte / aangiftebiljet / belasting(s)formulier / aangifteformulier
Bellen (het belt / de bel gaat)
Beloven (Dat belooft! / Dat belooft wat!)
Bemerking / aanmerking / opmerking
Bemeubelen / meubelen / meubileren
Ben / wees stil
Beneluxland / Benelux-land
Benoemen / benoemen tot
Beraadslaging
Beroep doen op / een beroep doen op
Beschikkingen / bepalingen
Beslissen / besluiten
Beslissen te / besluiten te
Best(e) (het -)
Bestaan in / bestaan uit
Beter
Beterkoop / goedkoper
Beteugelen / strafbaar stellen
Betichte / beklaagde / beschuldigde
Betrachten / beogen
Betreffende / desbetreffende instantie
Betreuren (mij betreurt / ik betreur)
Bevoorraden van / bevoorraden met
Bewijs van goed gedrag en zeden / bewijs van goed (zedelijk) gedrag
Bezig zijn / aan de gang zijn
Bezwijken aan / onder
Bfr. / Bf. / Fr. / fr. / BEF
Bij / door middel van
Bij bevel / op last / per order / in opdracht
Bij de twintigduizend kilometer
Bij deze / bij dezen
Bij voorbeeld / bijvoorbeeld
Bijgaand treft u ... aan, ingesloten vindt u ...
Bijgesloten / bijgevoegd
Bijhebben / bij zich hebben
Bijkomend / extra
Bijtreden
Bijvoorbeeld (plaatsingsmogelijkheden in de zin)
Bijvoorbeeld (plaatsingsmogelijkheden ten opzichte van het voorzetsel)
Bijzonderste (het -) / belangrijkste (het -)
Bilan / balans
Binnen / over (- een week, tien dagen)
Blijkbaar / schijnbaar
Bloem: bloempje / bloemetje
Bloemsuiker / poedersuiker
Blokletteren / koppen
Boeken neerleggen (de -)
Boord (aan - leggen)
Boschage / bosschage
Bosche / Bossche bollen
Bouwwerf / werf / bouwlocatie / bouwterrein / bouwplaats
Bovenin de kast / boven in de kast
Brei / brij
Brienenoordbrug / Van Brienenoordbrug
Brug (de - maken)
Brug (de - was dicht / open)
Bruidslijst / huwelijkslijst
Bruto(-)inkomsten / netto(-)inkomsten
Buigingetje / buiginkje
Bureel / bureau / kantoor
Burgemeester en wethouders (B en W) heeft / hebben besloten
Burgerlijk / civiel
Burn(-)out(-)syndroom
Buro / bureau, nivo / niveau, kado / cadeau